Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die de zaak moesten uitmaken, er geen genoegen mee. Ik zeide dan ook liever van de zaak af te zien. Niet lang daarna kwam de Controleur den Resident geleidende te Tomohon en vroeg mij, hoe het met den bouw stond, of men al begonnen was. Ik vertelde hem de zaak en zeide er van af te zien. Maar dat viel in geen goede aarde. Ze moeten helpen, ja zelfs alles oprichten, zei de Controleur. Doch dit verlangde ik niet. Toen Z.Ed. Gestr. echter den Resident tot aan de grens had uitgeleide gedaan, keerde hij te Tomohon terug en riep de hoofden voor zich. Toen volgde een flinke uitbrander, zooals die Controleur alleen kon geven. Dit zette kwaad bloed. Maar zulks nam nog toe, toen de Controleur eenigen tijd later een verbod uitvaardigde tegen het oprichten van sëboeah's-loodsen bij feesten en sterfgevallen. Z.E. Gestr. had dit reeds lang elders gedaan. Men kon dit weten. Zijne bedoeling was goed. Immers doodenfeesten zijn onzin. En dat de andere feesten wat gematigd moesten worden is werkelijk wel een bevel in het belang der bevolking. Maar daarmede worden de hoofden benadeeld. Immers bij zoo'n feest ontvangen zij, behalve de uitnoodiging tot het feestmaal nog een achterbout van een varken. Meermalen klaagde de bevolking over dien druk onder elkander, doch men weet wel, dat wie dit niet doet, het heeft verbruid en op allerlei manier wordt geplaagd; zijn verzuim wordt hem dubbel ingepeperd.

Het verbod van den Controleur werd echter op mijne rekening en die mijner inlandsche leeraars geschreven. Een drietal hoofden, liefst alle drie diaken, kwamen feitelijk in opstand; zij bezochten de kerk niet meer. Een hunner, die het nijdigst was, sprak openlijk in vergaderingen en sterfhuizen tegen dit verbod en beschuldigde bedektelijk mij en mijne helpers.