Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

medearbeider werd tot hoogeren werkkring opgeroepen. Wij moesten vaak ons zeiven en anderen vertroosten met het woord: „Want mijne gedachten zijn niet ulieder „gedachten, en uwe wegen zijn niet mijne wegen, „spreekt de Heer. Want gelijk de Hemelen hooger „zijn dan de aarde, alzoo zijn mijne wegen hooger dan „uwe wegen, en mijne gedachten dan ulieder gedachten."

Maar wie wij ook betreuren, aan Magdalena Sahoel, weduwe van onzen vroegeren medearbeider Johannes Wawolumaja, misgunnen wij de ruste niet, die daar overblijft voor het volk van God. Zij was reeds over de negentig jaren oud, en daarbij totaal blind, terwijl ook haar gehoor zeer slecht geworden was. Als ik haar in de laatste jaren nu en dan eens bezocht moest men haar langs onderscheidene wegen duidelijk maken wie ik was, omdat zij mij niet meer kon zien nog hooren. Daarbij was zij erg zwak. De laatste jaren kon zij haar huis, bijna zeide ik haar stoel niet meer verlaten. Toch was zij slechts drie dagen bedlegerig. Maar men kon zeggen dat zij totaal op was.

En toch, wat was zij vroeger een flinke vrouw! Welk een edel voorbeeld gaf zij jaren lang zamen met haren trouwen echtgenoot aan de gemeente van Kakas, waar zij leefden en werkten. Een enkel feit moet ik hier even ophalen, omdat het haar geheel karakteriseert in haar leven van liefde en zelfopoffering.

Toen in het jaar 1881 mijne dierbare Gade overleed, en ik alleen stond tegenover mijn vele werk en daarbij zes kleine kinderen te verzorgen had, van welke de oudste nog geen tien jaren en de jongste geen tien dagen telde, toen kwam deze edele vrouw geheel uit haar zelve tot mij. en verzocht mij te mogen helpen. Een half jaar lang liet zij haar man en volwassen kinderen te Kakas, droeg hare huishouding over aan