Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

verlammende kracht ten toon te spreiden. Werkten deze Jezuïten onder den eenen of anderen Heidenschen of Mohammadaanschen stam, wij zouden ons verheugen en hunnen beschavenden invloed van ganscher harte huldigen. Maar in dit land, onder dit in ontwikkeling zijnde volk, waar zeer veel goeds reeds bestaat, maar veel ook nog geleid en bevestigd moet worden, hier kunnen zij niet anders dan schade veroorzaken. Twist en verdeeldheid, brutaliteit en vele onhebbelijkheden zijn de allereerste vruchten van hun optreden en natuurlijk de latere zullen daaraan gelijk zijn. Met Jesaja zeggen wij: „Wind hebben ze gezaaid, storm zullen zij oogsten." Hoe jammer dat zulk een toestand hier bestaat en voortduurt.

Gelukkig hadden wij gedurende 1906 geene andere ervaringen van dien aard. Indien wij wilden tellen, dan zouden wij tevreden kunnen zijn. Tegenover de vier personen die van onze gemeenten naar Rome overgingen kwamen dertien terug. Het getal is dus in ons voordeel. Maar die geheele geschiedenis walgt mij. Omdat er nergens sprake is van overtuiging. Het zijn bijna altijd wereldsche overwegingen die den doorslag geven. Voor een groot deel hangt het samen met huwelijken. Omdat de eene partij niet wil overgaan of niet wenscht toe te geven gaat de andere partij maar over. Zoo sukkelen wij hier voort en moeten steeds aanzien hoe de karakters van de menschen hier bedorven worden.

Maar toch wij willen niet enkel klagen. Wij wenschen ons zeiven en onze gemeenten in 's Heeren hand te stellen. Hij is machitg te doen boven bidden en wenschen. Uit het kwade der menschen komt meermalen het goede voort. Maar daarmede wordt niets afgenomen van het kwade der menschen. Allen blijven verantwoordelijk voor den alwetenden God. Heer, leer Gij ons Uwen wil te doen!