Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de week hoopte aan te teekenen met een Protestantsch meisje, die echter als voorwaarde gesteld had, dat hij eerst zou overgaan. Ik ondervroeg hem over een en ander en maakte hem duidelijk dat hij eigenlijk niet goed wist wat zijn overgang beteekende, en gaf hem den raad eerst eenige maanden onderwijs te ontvangen, waarna ik dan zijn kennis zou onderzoeken en hem zoo mogelijk tegelijk met andere catechisanten zou aannemen. Dat vond hij best, met het gevolg dat hij drie maanden later behoorlijk kon antwoorden en met bewustheid tot de Evangelische Gemeente toetrad.

Dat de Collecten zijn toegenomen is eveneens een goed teeken in het waarlijk niet vrijgevige Sondersche. Werd in 1905 in de 22 gemeenten voor ƒ 1169,80 gecollecteerd ten behoeve van den openbaren eeredienst, en ƒ 623,26$ voor de zending, onderling hulpbetoon enz., deze getallen bedroegen respect, ƒ 1483,34 en ƒ 926,74 in het verloopen jaar.

De teruggang in de gemeente Kolongan atas kwam op het doode punt, waarna een zeer bepaalde vooruitgang intrad. De aanleiding was wel dat in Maart '06 de nieuwe gesubsidieerde Zendingsschool van 28 M. lang en 7 M. breed gereed kwam, met 4 ruime lokalen en plaats voor ongeveer 240 leerlingen. Doordat de school van Koho allengs verliep, kwamen steeds meer kinderen zich aanmelden, totdat in Januari 1907 303 ingeschreven waren.

De laagste klasse moest toen gesplitst worden, waarvan thans de eene groep van 7—9de tweede groep van 9ff—12 onderwijs ontvangt. De invloed daarvan deed zich dadelijk in de gemeente gevoelen: was het kerkbezoek in 1905 gemiddeld 140 per godsdienstoefening, in 1906 rees dit getal tot 162. Ook het avondonderwijs voor jongelieden werd veel beter bezocht.

i5