Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar ziekbed. Een geruime poos zag zij mij zwijgend aan, maar eindelijk dat stilzwijgen verbrekend, zeide zij: „ik ga sterven, maar ik weet dat mijn Verlosser leeft; ik ben blijde en dankbaar dat U mij hebt bezocht", daarop mijn beide handen nemend, bad zij God, mij voor velen ten zegen te willen stellen. Kort hierna ging zij in vollen vrede heen.

In October werd ik geroepen bij Frederika Mandang een meisje van plm. 25 jaar. Zij leed aan longtering. Ik trachtte haar lijden ook door toedienen van medicijnen te verzachten, maar wees haar bovenal op den eenigen Medicijnmeester en Helper. Op een vraag haar gedaan of ze niet gaarne weer gezond zou willen worden, gaf zij ten antwoord liever heen te gaan naar haar Heiland om hem, verlost van een lijdend lichaam, in meerdere volmaaktheid te kunnen dienen.

In December ging ook zij naar huis.

Aldus ging de groote Zaaier ook gedurende het verslagjaar zijn akkers rond, en haalde eenige rijpe schoven binnen zijn eeuwige schuren, of zond zijn hemelbode om eenige bloempjes (Kinderen) uit dit aardsche dal in zijn hemelhof over te planten.

Intusschen mochten wij voortgaan met hier een stukje land om te halen, daar te ploegen, ginds te bezaaien en elders wat onkruid uit te trekken, ten einde den wasdom van het goede zaad te bevorderen, en met dit werk wenschen wij ook voort te gaan met vernieuwde kracht en vol vertrouwen, dat het werk in den Heer niet ijdel zal zijn, en daarom roepen de arbeiders in Gods koninkrijk elkander in vroolijken moed toe:

Doe wat gij kunt en leg dan al uw zorgen, Gerust aan 't hart Uws Vaders neer: Loop niet vooruit in d'onbekenden morgen, Maar heden, volg in 't licht Uw Heer.

Tondano, Februari 1907.