Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Onder de hand werden de adspiranten één voor één bij den tweeden Inlandschen hulponderwijzer geroepen om te lezen. De eerste Inlandsche hulponderwijzer was toen juist vrij ernstig ongesteld, maar werd op uitstekende wijze door zijn jongeren collega vervangen. Hoofddoel was om te hooren hoe de jongelui lazen en of zij het gelezene konden weergeven. Ieder kreeg ongeveer tien minuten, wat voor het beoogde doel ruim voldoende was.

Bijna al de candidaten hadden ditmaal hun sommen af en ik mocht ditmaal nog al tevreden wezen over het geleverde werk. Van de twee leerlingen, die niet klaar waren, maakte de een slechts vier en de andere vijf sommen af. Dit werk was heel wat beter dan in vroegere jaren, ofschoon ook toen de opgegeven sommen heel gemakkelijk waren. Blijkbaar waren de candidaten echter beter onderlegd dan vroeger.

Na het rekenen moest er een opstel gemaakt worden. Daartoe werden de volgende onderwerpen opgegeven: Abraham. Jakob. Mozes, David, De geboorte van den Heer en De bekeering van Paulus. — Van het derde onderwerp werden drie opstellen gemaakt, van het vijfde vijf en van het zesde insgelijks vijf. Deze opstellen waren vrij nauwkeurig en verschilden veel van de opstellen, die ik een jaar geleden kreeg. Moest ik toen getuigen, dat Bijbelsche Geschiedenis tegenwoordig voor de meeste jongelui een struikelblok was, nu kon ik dit niet meer zeggen, want duidelijk bleek het mij, dat zij lang geen vreemdelingen waren in die Geschiedenis.

Om half twaalf werd er een schoonschrift gemaakt. Op de houding, zoowel als op het schrift viel hierbij veel aan te merken. Dit was echter geen overwegend bezwaar, aangezien de leerlingen hier altijd weer van meet af aan moeten beginnen te schrijven. Na afloop