Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wettigen weg in zijn ambt hersteld te worden, waartoe ik mijn medewerking beloofd had. De oproerige beweging was daardoor voorloopig tot staan gebracht. Toen nu ook nog de toovenaar of „andil" later als bedrieger ontmaskerd werd, was de zaak als verloopen te beschouwen. Zooals ik reeds zeide, had dit alles plaats in 'het laatst van 1897 en het begin van 1898. Ons Zendingswerk had zich tot dien tijd hoofdzakelijk bepaald tot wondbehandeling en het uitreiken van geneesmiddelen. Op dat gebied was heel veel gedaan. Succes, rechtstreeksch succes had dit echter niet gehad, tenminste in zooverre niet, dat Heidenen er door tot het Christendom gebracht zouden zijn. Indirect had het ons het vertrouwen der bevolking gewonnen, en het was wel, onder Gods Bestuur, aan dat gewonnen vertrouwen te danken, dat onze pogingen om het oproer tot staan te brengen met goed gevolg bekroond geworden waren. Toch, het Kerstfeest 1897 was voor ons Zendingswerk nog eer een mislukking, dan een succes te noemen.

Maar dan vind ik in mijn dagboek: „17 Januari, eerste vijf overgangen tot het Christendom, algemeene gezindheid beter dan vroeger". Het Christen-worden scheen plotseling niet meer als zooiets dwaas beschouwd te worden, het was niet meer iets onmogelijks in het oog der bevolking. Van die vijf eerst gekomenen hebben we nooit veel genoegen beleefd. Eén hunner echter was uit de streek, waar het oproer het meest aanhang gevonden had, en hij sprak met zijne familieleden over zijn nieuwen Godsdienst, met het gevolg, dat ook die er kennis mee wenschten te maken. Begin 1' ebruari 1898 bezocht ik voor het eerst die lieden in hun dorp, of liever streek, en tot mijne groote verwondering vond ik de velden wit om te oogsten. Men