Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het Evangelie doen hooren. Het was niet genoeg, dat de blinden ziende geworden waren, de Zending moest hen nu Christus doen zien.

Zij heeft getracht die taak te volbrengen, door onderwijs en prediking. Ik zeg: zij heeft getracht , want het is natuurlijk, dat zij niet in staat was een taak te volbrengen, waartoe zij volstrekt niet voorbereid was. Zij stond tegenover een volk, welks taal zij niet of gebrekkig verstond, welks gewoonten en gezindheden zij nog maar zeer ten deele kende en zij moest zich tot de volvoering van die taak bedienen van hulpkrachten, die werkelijk niet voldoende waren, noch in wil, noch in kennis. Zij heeft echter gedaan wat zij doen konde.

Dat zij gearbeid heeft met heel veel tekortkomingen is zeker waar, maar men bedenke, dat hare moeiten ook vele waren. De quaesties die zij had op te lossen zijn wellicht op geen ander veld zoo plotseling op den voorgrond gedrongen. Ik noem U b. v. de taalquaestie. Het Evangelie moest verkondigd worden, het volk moest onderwezen worden, maar in welke taal? In de taal des lands? Ja, maar men kende die niet, en kon toch ook niet wachten tot men die kende! De Zending gebruikte toen het Maleisch, en schoon zij niet anders kon, is zij er zeer hard over gevallen! Het was onder de gegeven omstandigheden gebiedend noodzakelijk den H. Doop toe te dienen, steunende op den wil om Christen te zijn zonder veel voorafgaand onderwijs! Als voorwaarde om den H. Doop te ontvangen is toen de eiscli gesteld: afstand doen van alle afgoderij! Het kon niet anders en toch het is der Zending door velen kwalijk genomen! Er moesten helpers zijn, het werk eischte het! Opgeleide mannen waren niet te verkrijgen, dus moesten onopgeleide genomen worden.