Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

112. Na het kramassen (haar wasschen met een soort loogwater) is het eene vrouw niet geoorloofd haar haar te kammen aan den kant van eene rivier; haar man zou daardoor door ziekte getroffen worden, waar hij zich ook op dat moment mocht bevinden.

113. Het is niet toegestaan op een kris te blazen, want dan zou men weldra tandeloos worden.

114. Waneer iemand zijta kris uit de scheede haalt, moet hi"j die er zelf ook weer in doen. Laat hij dit door een ander doen, dan zal hij aan allerlei gevaren blootstaan.

115. Zij die olie bereiden uit kokosnoten hebben er zorg voor te dragen dat zij zulks niet doen op Këmis Lëgi (Donderdag die samenvalt met den Pasardag Lëgi) want dit zou haar schade berokkenen, daar zij slechts weinig olie uit de noten zouden krijgen.

116. Iemand die een ploeg of een eg steelt, zal steeds door ziekte bezocht worden.

117. Wanneer men bamboe hakt is het niet geoorloofd dat men dit doet als de bladeren er nog aanzitten, want dan zullen de kinderen van hem die aldus de bamboe hakt, later als zij beginnen te loopen, steeds met ziekte te kampen hebben en niet zelden zullen ze dan sterven, terwijl de ouders zelf last zullen krijgen van rheuniatiek.

118. (Jm baanboe te hakken moet men er om denken dit niet te doen op de pasardagen Lëgi en Wagé, want doet men het op Lëgi dan zal de resteerende bamboe bongkengën (ijrfur/inhPiihj — naam van een z ; ekte door een houtworm veioorzaakt) worden; doet men het op Wagé dan zal de gehakte bamboe gauw vermolmen (door kleine torretjes).

119. Wanneer men rijst eet die nog erg warm is, is het niet geoorloofd er op te blazen want daardoor zou men de rëdjëki wegjagen.