Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Yliegt hij/ al roepende over de desa in de lengte, dan wil dit zeggen dat er dieven op komst zijn.

139. Wanneer op een of ander erf verscheidene kraaien al maar af en aan vliegen en geluid geven, dan beteekent dit dat de bewoner aldaar onheil zal treffen of dat hij bericht van een of ander familielid zal ontvangen omtrent ziekte of sterfgeval.

140. Als zich voortdurend een préndjak (naam van een klein vogeltje) op het voorerf vertoont, wil dit zeggen dat men weldra een gast heeft te wachten.

141. Vertoont zich een tjoelik (klein vogeltje) op het erf dan heeft men een bezoek van dieven te wachten.

142. Een schreeuwende uil des nachts op het huis is al een zeer slecht teeken ; de bewoners zullen door onheil getroffen worden.

Pare-rëdja, 1 (Jetober 1907.