Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat geslacht blijven verstoken van het hun wettig toekomende

Dat er bij eenigszins krachtig optreden wel iets gedaan kan worden ten voordeele der weduwen en weezen diene het volgende. In 1884 overleed alhier de genootschapsonderwijzer E. L. Zijn tractement was niet groot, f 10 's maands. Toch waren de ouders in vrij goeden doen, daar beide eenvoudig geleefd hadden, en zeer werkzaam waren. Yan alle zijden werd de weduwe geplukt, doch men wist niet, dat ik eenige bezitting onder mijne bewaring had genomen. D.d. 9 Maart 1886 overleed die moeder plotseling aan cholera. Niemand stond haar bij in die laatste pijnlijke uren. Ik vertoefde den geheelen nacht bij haar, om te helpen zooveel ik kon. Toen zij voelde dat haar einde naderde zeide zij mij : mijnheer! ik ben bereid tot sterven, doch tob alleen over mijne 8 kleine kinderen. Op de belofte dat ik hun lot ter harte zou nemen, legde Maria rustig haar hoofd neder. Gelukkig werd door familieleden haar huis gemeden uit vrees voor besmetting. Ik heb bet huisje en inboedel verkocht en zuinig beheerd, met dit gevolg, dat ieder der kinderen bij huwelijk of mondigheid f 90 kreeg, 't Was wel niet veel, doch eene nalatenschap van f 720 voor 8 kinderen is in de Minahassa, vooral in deze streken geene kleinigheid.

Een nieuw feit van jonger datum bracht mij er toe, de pen op te nemen en over deze aangelegenheid te schrijven, hopende, dat daardoor betere toestanden geboren zullen worden. In den nacht van 6 op 7 Januari dezes jaars stierf plotseling het 2e districtshoofd van K., nalatende eene jonge weduwe met een kindje en vier totaal weezen uit zijn eerste huwelijk. Bij overlijden van zijn eerste vrouw S. R., afkomstig uit het district Ratahan, had natuurlijk geen boedelverdeeling, wel be-