Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

standers, dat ons wel een glimlach van ongeloovigheid omtrent de vervulling om de lippen mag spelen; en toch, mijne vrienden, met minder willen wij het niet doen als zendingsgeest in ons ontwaakt. De cultuurmachten van onzen tijd zouden wij evenzeer met deze goddelijke verwachting en cisch willen tegemoet treden als wij het doen met de kerk, die uit de zending is voortgekomen, en zonder zending m.i. niet leven kan, want Christen-zijn en zendingsman-zijn is voor mij één en hetzelfde. Maar ach, wat vermogen wij met elkander, als wij niet eens meedoen aan de groote beweging en niet de eenheid zoeken met allen die de verschijning van Christus in onverderfelijkheid hebben liefgehad? Onze kracht is veel te klein en het huifkarretje der zending valt wel in het geheel niet op, als het rijdt over de markten en pleinen. Toch is er beweging, en hebben wij niet in Christus onzen meerdere gevonden? Hij is de overste en leidsman, Hij de voleinder des geloofs. Door Hem is de nieuwe dag aangebroken. Zijn klokken luiden. Ja, daar is nog wat meer gaande in de wereld dan politiek-nationale, en sociaal-oeconomische of revolutionaire woelingen. Wat anders dan de strevingen van kapitalisme en communisme. Het is op de wereld gezegd en het geluid gaat nooit weer van de lucht, er is op de wereld gezongen en de stem der zangers zal nimmer zwijgen, dat God den Zoon van Zijn eeuwig welbehagen heeft gezonden, dat het nieuwe verbond der genade is opgericht en dat wij verwachten naar Zijne belofte „nieuwe hemelen en een nieuwe aarde, waarop gerechtigheid woont." (2 Petr. 3).

Ik eindig, mijne vrienden, en ik heb geen beter slot dan waarmede ik wel eens eerder een toespraak mocht besluiten. Gij kent wellicht het boek: Het Kindeke Jezus in Vlaanderen van Felix Timmermans, waarin de geboortegeschiedenis van onzen Heiland wordt vermeld: alsof het alles in Vlaanderen gebeurde. Toen de voorstelling van het heilig Kind Jezus had plaats gehad in 9e cathedraal van Gent, roerden de klokken heur klanken: „de lucht zinderde, de ruiten rinkelden; de steenen torens gonsden. Gent zong. Maar één klok zweeg. En dat was de Roeland, de tong van Vlaanderen, die sedert het Vlaamsche volk verworden en

Sluiten