Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rechten de Soendaneesche Christen-gemeente vertegenwoordigt, Europeaan zijnde, kan nimmer eenig aandeel bezitten in de gronden der gemeente, noch in de opbrengst daarvan".

Óat verzoek bleef onbeantwoord, doch toen mij op 26 September 1905 gelegenheid werd geboden de kwestie te bespre ken met den W.-Vice-President ""tfan den Raad van Indië, Mr. Lagerwij, gaf deze mij den raad diezelfde vraag telkens opnieuw aan den Gouverneur-Generaal voor te leggen, wijl verwacht mag worden, dat de Regeering toch wel eenmaal een doelmatiger regeling zal treffen inzake het grondbezit voor Inlanders.

Intusschen ontving de gemeente ter ontginning 20 baoe domeingrond en zulks in ruil voor aan de gemeente in communaal bezit toebehoorende gronden, welke gevoegd werden bij het Gouvernements bosch-areaal ter verkrijging van natuurlijker grenzen daarvoor.

Het afschrijven van die communaal bezeten gronden der gemeente en het daarvoor in de plaats inschrijven van die 20 baoe boschgrond, moest geschieden door ons hoofd van plaatselijk bestuur, die echter eischte, dat ieder der vier Soendaneesche leden van den kerkeraad als ontginner van vijf baoe zou worden ingeschreven, wijl Staatsblad 1885 No. 102 eischt, dat alle ontginningen individueel zullen geschieden en ook vergunt, dat communaal bezeten gronden geconverseerd kunnen worden in individueel bezit. Dat genoemd Staatsblad eene bedenkelijke onbekendheid verraadt met den aard en de manieren van de millioenen landbouwers van Java, blijkt o.m. uit het feit, dat gedurende de sedert verloopen 35 jaren geen noemenswaard gebruik is gemaakt van die officiéél zoo sterk aanbevolen conversie. Naar Hollandsche opvatting is het ook zeer juist, dat een „b e z i 11 e r" zijne eigen akkers productiever zal cultiveeren dan een „gebruiker" van desa-grond.

Die logica geldt echter minder voor het bebouwde deel van Java, dat voor de helft individueel en voor de andere helft communaal wordt bezeten.

Nu is de alsnog onmisbare gunst van het communaal bezit dat de landbouwer zijn bouwgrond behoudt zoolang hij leeft en dat die dan overgaat aan zijn oudsten zoon. De commu-

Sluiten