Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Belangrijke verschijnselen op Zendingsgebied.

\Vereld-0verzicht-1920. — Japan. — Korea. — China. — Britsch-Indië. — Egypte en de „near and middle East". — Afrika. — Ned.-Indië. — Australië.

Were ld-o v er zicht 1920. — In „the International Review of Missions" heeft de bekwame redacteur, Rev. J. H. Oldman, van 1913—1918 elk jaar een overzicht gegeven van de wereld-beweging gedurende het afgeloopen jaar.

In 1919 moest die arbeid eenigen tijd worden gestaakt, maar al spoedig kwam er toen een overzicht van den invloed, dien de oorlog op de zendingsbeweging geoefend heeft. Nu in 1921 wordt de oude lijn weer gevolgd. Zij, die de Zending hebben leeren zien als wereldbeweging, zijn daarvoor zeer dankbaar, evenals trouwens voor zooveel, dat dit uitnemende tijdschrift biedt. Wij kunnen er niet aan denken van dit overzicht een uittreksel te geven; wij moeten ons bepalen tot een enkelen greep hier en daar.

Japan. — Gewezen wordt op de spanning tusschen China en Japan in verband met het opeischen van Shantung. Japan is bovendien tot militaire operaties gedwongen om het opdringen van het bolsjewisme in Siberië tegen te gaan. Dit leidde tot diplomatieke besprekingen met Amerika, teneinde een bufferstaat te stichten, die een deel van de Chineesche provincie Mandsjoerije zou omvatten. Het Engeisch-Japansche verdrag van 1911 werd hernieuwd.

Wat de sociale verhoudingen betreft, wordt gewezen op de stakingen, vooral in de groote ijzergieterijen van het Gouvernement. Bij al die onrust is er toch dit verblijdende, dat de Japansche gedelegeerden op de Internationale ArbeidsConferentie te Washington er onder bepaalde reserves in hebben toegestemd, dat de minimum-leeftijd voor kinder-

Sluiten