Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Keloe is gaan zitten. Hij zit ineengedoken; zijn handen tusschen de magere knieën, zijn hoofd gebogen, kijkt hij naar dên grond.

„Meoe, waarom wil je niet dat zij komt?"

Nu kan Meoe zich niet meer inhouden, zij staat eensklaps rechtop, en zegt snijdend, met minachting: „Jij oude vent, wat denk je wel? Je bent zoo mager als een paard in den drogen tijd, je vel rimpelt om je lijf, als bij een afgejakkerden knol — en jij — jij wilt een jonge vrouw hier brengen om voor mij te zorgen? Kom, maak mij wat wijs — jij oude bok! dacht je niet, dat ik jou doorzie?"

„Meoe, toe wOrd niet boos!" zegt Keloe.

„Boos, boos, ik niet boos worden? Ik heb altijd goed voor je gezorgd, ik heb altijd hard voor je gewerkt, en nu wil je hier een jonge vrouw in huis brengen, en zegt zoo lief dat jij dat voor mij doet en dat ik het gemakkelijker zal krijgen, neen, ouwe, ik weet wel wat je wilt, er komt niets van".

„Meoe, geloof me, ik ben niet als andere mannen, ik doe het alleen om jou, en als Koesi hier is en ik ben met de paarden uit, dan heb je het toch ook heel wat gezelliger."

„Denk je daar nu pas over, nu je mij zoo vaak alleen gelaten hebt?" en met driftige stem schreeuwt zij: „Jij, oude leelijke rimpelaar, als je die meid hier brengt, gooi ik haar met steenen het erf af".

Keloe wil het erf af — hij weet dat Koesi hem in den tuin wacht — maar Meoe gaat voor hem staan, balt haar druipende verfstof-handen voor zijn gezicht, en zegt: „Als je van het erf gaat, sla ik je, ik sla je, dacht je, dat ik niet weet, dat je naar Koesi wilt?"

Keloe wil Koesi als tweede vrouw in huis nemen, en daarom is Meoe echt boos op hem geworden.

Stel je voor, zij zal haar stookplaats met een andere vrouw deelen; haar ouden man zal zij met die jonge deerne naar den tuin zien gaan, een ander zal voor hem eten gaan koken, het is om razend te worden.

Keloe gaat weer op zijn steen zitten en na een poosje zegt hij: „Meoe, ik zal je drie van mijn mooiste karbouwen geven, dan heb je tien karbouwen, en ook twee paarden zal ik je geven, dan heb je zeven paarden".

Sluiten