Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er viel niet meer met Keloe te praten.

Meoe's boosheid en later Meoe's schreien hadden bij Keloe geen verandering in zijn voornemen gebracht en stijfkoppig en schijnheilig hield hij maar vol, dat Koesi zou komen om Meoe te helpen.

Op zekeren dag, dat Meoe van den tuin terugkwam, zat Koesi in het huis, bij het vuur, kookte het eten, was druk bezig.

Nog vermoeid van de zware houtvracht, die Meoe op haar hoofd gedragen had, wilde zij op het eerste oogenblik Koesi aanvliegen en uit het huis jagen; maar de groote beleediging, die haar aangedaan was, dat een andere vrouw aan haar haard zat, op haar haard eten voor haar man kookte, trof haar zoo, dat zij op een stuk boomstam ging zitten en weende.

En Koesi deed alsof zij niets hoorde en Keloe deed ook of hij niets hoorde, en toen het eten gereed was, zei Koesi: „Kom Keloe, hier is je eten, ga nu eten". En Keloe nam het eten en Koesi zat er bij en keek er naar, dat haar „man" het voedsel gebruikte, dat zij klaargemaakt had.

En Meoe zag, dat om haar polsen de zilveren banden van Keloe glommen, en dat om haar hals de kostbare snoer koralen hing, die Keloe zoo op prijs stelde en zooveel geld gekost had.

Meoe's droefheid was zoo groot, dat zij niets meer zeggen kon, zij zat ineengedoken, tranen dropen haar langs de wangen en Keloe at de mais-pap, die Koesi voor hem gekookt had.

Onder het afdak, waar ook de potten stonden met indigo, zocht Meoe een plaatsje, daar bleef zij dien nacht en daar bleef zij en wilde niet meer binnenkomen, naar hare kinderen wilde zij ook niet. Wel vroeg Keloe; „Toe, Meoe, kom nu naar binnen", maar zij antwoordde niet, onder één dak wilde zij niet met Koesi wonen.

Eenige dagen later, toen Keloe 's morgens opstond, was Koesi verdwenen, en de zilveren banden droeg zij om hare polsen en de kostbare snoer koralen droeg zij om haren hals.

Zij was stil naar Sani gegaan en beiden lachten om d!en dwazen Keloe, die zoo rimpelig was en zoo oud.

Sluiten