Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In „Sinar Hindia" van 5 Jan. geeft O. Soeropati e e n e z o n d e r 1 i n g e uitlegging van de bevolking van Java. Hij zegt, dat, volgens de geschiedenis, de eerste bewoners van dit eiland, 20.000 Turken waren, mannen en vrouwen, door den Sultan van Turkije daarheen gezonden. Op 40 na gingen zij echter dood door toedoen van booze geesten. De 40 överblijvenden gingen naar hun land terug. De Sultan van Turkije liet toen 20.000 Klingaleezen naar Java overbrengen, vergezeld van een priester, die de booze geesten wist te bezweren. Die lieden zijn de voorouders der huidige Javanen. „Goed beschouwd", zegt schrijver, „is het dus niet te verwonderen, dat de Javanen er in alles het slechtst aan toe zijn, omdat zij afstammelingen zijn van menschen van lage afkomst".

„Perwarta Deli" protesteert tegen allerlei vernedering e n, die Inlanders ondervinden. Uit Sabang komt ook de klacht, dat een Javaansche contractkoelie van de Scheepsagentuur begraven werd zonder inachtneming der Islamvoorschriften. Gevraagd wordt, of het aankoopen van wit goed te bezwarend zou zijn geweest voor die agentuur?

In „Hindia Sepakat" van 13 Jan. 1921 wordt bij uitzondering geschreven over de voordeelen van de cultuur i n de B ataklanden. Wel wordt erkend, dat het rooven en spelen door de koelies van vreemde streken wordt overgebracht op de lieden van het eigen land, maar daartegenover staat, dat de ondernemingen grooten vooruitgang in handel en economische verhoudingen brengen; de vestiging van de eerste onderneming leidde reeds tot eene groote vermeerdering van de schepen in de haven van Sibolga. De Inlanders leeren van de ondernemingen hoe ze den grond bewerken moeten en welk gereedschap gebruikt moet worden. Ze brengen de bevolking er toe ijveriger te arbeiden. Rondom Sibolga bevinden zich thans vele tuinen van inlandsche eigenaren: rijke lieden hebben groote stukken grond in bewerking en armeren doen samen en vormen eendrachtig een kongsi tot bewerking van den grond. Wel waarschuwt schrijver tegen het geven van den grond in handen van vreemde kapitalisten, inzonderheid de gronden die noodig zijn voor het levensonderhoud van den inlander.

Sluiten