Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ons veel beter, dan wij het ons zelf vaak doen. Zij, die het niet kunnen, kunnen het en die het wel kunnen, kunnen het niet. Die zich zwak voelen, blijken sterk, die zich sterk waanden, bleken zwak. Zij beseften niet, dat niet innerlijke kracht hen staande had gehouden, maar de organisatie, waarvan zij een raadje uitmaakten, het milieu, dat hen schraagde. Hoevelen der kruisvaarders, die luider dan anderen het „God wil het" hadden doen klinken, moesten weldra ervaren, dat, wat zij aan geestdrift, aan geloof meenden te bezitten, het hunne niet was, maar enkel echo der overtuiging, die een deel hunner omgeving bezielde. Er zijn er onder de menschen genoeg, die hun meeningen juist daarom zoo luide verkondigen, omdat ze er zoo zeker niet van zijn, en wier krasse betuigingen juist een bedelen zijn om instemming bij anderen, teneinde inwendigen twijfel tot zwijgen te brengen. In de eenzaamheid blijkt dezen, dat aan wie niet wezenlijk heeft, al zeer spoedig ontvalt, wat hij meende te hebben. Er is in onze Koloniën zooveel groot werk te doen. De volheid der heidenen gaat er in. De velden zijn er wit om te oogsten. Wat den inlander geestelijk tot steun was, is op het punt hem te ontvallen. En nu roept God ons volk tot den arbeid. Zal het gereed zijn voor zijn taak? Ik vrees, dat bij velen de ziel voor groot werk te klein is geworden. Wie niets verheveners kent dan het rijkje, waarin hij voor koninkje speelt, is niet meer geschikt voor arbeid in grooten stijl. Als ons erf ons heelal uitmaakt, valt er daarbuiten niets voor ons te doen. Dan bestaan er voor ons geen nooden der wereld, onze kleine belangetjes nemen dan al onze aandacht in beslag. Stemmen uit de verte, roepend om redding, bereiken ons dan niet. In zelfgenoegzaamheid dommelen wij voort en in werkeloosheid verschrompelt onze kracht. Rome cischt Java's dertig millioenen op voor zijn kerk. Weet het Protestantisme, met zijn tallooze richtingen, die niets beters hebben te doen dan elkander machteloos te maken, alles tot Gods eer en in naam van de Waarheid, nog iets van heroïek geloof, dat zich tot ideaal heeft gekozen, de wereld niet voor een kerk, maar voor den levenden Christus te winnen? Maar voor zulk een ideaal zijn mannen en vrouwen noodig, die sterk zijn van hart. En sterk van hart,

Sluiten