Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

was in het rijk van den Geest? Hij zelf wist wel beter. Hij was nederig genoeg om te durven zeggen: Ik heb overvloediger gearbeid dan allen, maar niet hij deed het werk, maar de genade van God. Hij leefde niet meer, Christus, wien alle macht is gegeven in den hemel, op de aarde, was geworden de wil van zijn wil. Zoo wordt de vraag: „Wat kan de school voor de zending doen?" deze vraag: „Wat moet zij van hare leerlingen trachten te maken, opdat zij voor dé zending hier of elders iets kunnen worden?" En dan is dit allereerst mijn antwoord: Zij moet menschen vormen, die van zich zelf niet groot en van God niet klein denken, die weten, dat God alleen wordt gekend door wie Zijn wil willen doen, die verstaan hebben, dat Zijn wil deze is, dat de aarde met Zijn kennis zal worden vervuld, die beseffen, dat ernst niet bestaat in het zeggen van stichtelijke woorden, maar in het bezig zijn met in daden zich omzettende groote gedachten en dat onder die groote gedachten de grootste deze is, dat hier beneden als hier boven heilige wil aller doen zal besturen, dat hier beneden als daar boven eeuwig leven, vol, hoog, diep, intens leven, zal worden gezien.

De vraag naar het werken moet worden een vraag naar het zijn. „Wat kan iemand voor de zending doen?" vindt zijn antwoord als uitgemaakt is: wie hij zijn moet, zal hij iets voor de zending kunnen worden. Daarom zij dit het opvoedingsideaal onzer scholen: de vorming van mannen en vrouwen Gods, tot alle volmaakt werk bekwamelijk toegerust. Hebben wij die, dan zal bij den bouw van zijn machtigen geestelijken tempel Hij aan iede'r van hen den arbeid aanwijzen, dien Hij van hen vraagt, dan hebben zij geen receptenboek noodig met allerlei voorschriften: „Doet dit of doet dat!", maar blijvende in Hem, die de zending al den Zijnen tot levenstaak stelde, dragen zij vruchten, ieder naar zijn aard. Ieder zij trouw in wat God hem gebiedt. Zonder Hem kan niemand iets wezenlijks doen, ook niet voor de zending. Alle eigenwilligheid blijve geweerd en dan zal in ieder hart op de vraag: Wat kan niet alleen de school, niet alleen de kerk, wat kan ik voor de zending doen? dit antwoord worden vernomen: Gehoorzaam te aller uur langs de ongewisse paan, als knechten in Gods huis, neen, als geliefde kinderen den weg, dien Hij ons wijst, te gaan.

Sluiten