Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Mohammedanen hebben er zich reeds sedert jaren gevestigd. En hun aanwezigheid blijft uit zendingsoogpunt steeds een gevaar. Ten andere is hier de drang van Gouvernementswege om zooveel mogelijk scholen op te richten. Maar ten plotte, wat ik wel in de allereerste plaats had mogen noemen: mag ik deze geopende deur voorbijgaan?

Al deze overwegingen en vragen deden mij besluiten tot een reis naar het ressort Wakde. Het plan was dan, om al de dorpen in de Bonggostreek en verderop te bezoeken, opnieuw met de menschen besprekingen te houden, en zoo mogelijk te beproeven, of de menschen geneigd zijn zelf in de kosten bij te dragen. Per K.P.M.-stoomer zou ik dan gaan tot Demta en verder te voet, steeds maar langs de kust westwaarts trekkende. Indien mogelijk wilde ik'ook de eilanden in het Wakdesche bezoeken, maar het was wel zeer twijfelachtig, of dat in den heerschenden moesson mogelijk zou zijn. Het hoofd van Armoppa beloofde, mij te zullen vergezellen, aangezien hij ook naar zijn dorp terug wilde keeren.

Dus scheepten wij ons den 9en Februari in. Aan boord trof ik den waarnemenden Assistent-Resident van deze afdeel:ng. Deze legde mij over een schrijven van den Resident en deelde mij mede, dat hij opdracht had gekregen om de kwest*e in dien brief aan de orde gesteld, met mij te bespreken. In dat schrijven werd uitgesproken de wenschelijkheid om in mijn ressort op verschillende plaatsen scholen te openen. F,r werd gevraagd of ik in het vooruitzicht kon stellen, dat binnenkort, b.v. in den loop van dit jaar, op eenige nader aan te wijzen plaatsen, zendingsscholen zouden kunnen geopend' worden. Indien ik zulks niet in het vooruitzicht Icon stellen, dan zouden daar van Landschapswege scholen opgericht worden, en wel in de Bonggostreek en in enkele dorpen aan het Sentanimeer. In den brief werd mede vermeld, dat inzonderheid de bewoners van de Bonggostreek reeds beloofd hadden zelf in de kosten van onderhoud te willen bijdragen.

Men kan zich voorstellen, dat ik blij was te kunnen getuigen, dat ik juist op weg was naar Bonggo om te onderzoeken in hoeverre het mij mogelijk zou zijn den arbeid daar te beginnen. Nu moest ik echter ook meteen aan den genoemden Bestuursambtenaar verklaren, dat ik wel onder eenige

Sluiten