Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opgeven, omdat het te tijdroovend was, en de studie er te veel onder leed.

Behalve het onderhoud van het erf was een der geregeld terugkeerende werkzaamheden: het stampen van de rijst voor de dagelijksche consumptie. Bij nieuwelingen was duidelijk te merken, dat rijst stampen voor de Possosche jongens geen dagelijksch werk is. Wat ging hun dit onhandig af! Vaak kwamen ze niet gereed met hun taak. Maar na een maand of twee hadden de meesten er al zulk een handigheid in gekregen, dat ze hun taak voor twee uur in drie kwartier afwerkten. In 1918 was er groot gebrek aan rijst in het Loewoesche en het Morische, zoodat de daar werkende goeroe's vaak niet aan hun dagelijksch voedsel konden komen. Ik sprak hierover met mijn leerlingen en vroeg hun of zij hun makkers wilden helpen met het stampen van rijst, want wanneer ik dit werk door anderen zou moeten laten doen, zou de rijst veel te hoog in prijs worden, daar het vervoer er van toch reeds veel kosten met zich zou brengen. De jongelui waren hiertoe gaarne bereid, en zoo kon ik de gebreklijdenden meermalen met rijst helpen.

Na het bezoek van den Inspecteur, waarvan ik boven vertelde, zijn er toch dingen gebeurd, die op verzet of staking gingen lijken. Het eene droeg zich aldus toe: Ik had ingesteld dat de leerlingen gedurende de eerste twee jaren van hun studie het katoen voor hun kleeren van mij zouden krijgen: vijf stel per jaar. Zij kregen daarbij het noodige garen; de school had drie naaimachines, en op deze wijze leerden zij hun eigen kleeren naaien. Dit naaien gebeurde ook in de twee uren daags die voor handenarbeid waren uitgetrokken. Ook in deze kunst hebben sommigen het ver gebracht. Allen verstonden dit werk in die mate, dat ze netjes voor den dag konden komen. De menschen uit de omliggende dorpen wisten spoedig hiervan te profiteeren, en de jongelui naaiden vaak in hun eigen tijd voor anderen, wat ik oogluikend toeliet, wanneer hun schoolwerk er niet onder leed.

Waren de leerlingen hun derde leerjaar ingetreden, dan kregen ze kleedgeld en konden zichzelf katoen koopen. Ik deed dit om hen te leeren voor zichzelf te zorgen. Maar door den oorlog werd de prijs van katoen zoo hoog, dat de twee-

Sluiten