Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'k Zag er wel tegen op een goeroe op deze eilanden te plaatsen, want 't zou voor mij niet gemakkelijk zijn controle te oefenen op zijn doen en laten. Maar zoo ik het niet deed, dan lag ook op mij de verantwoordelijkheid deze menschen te eeniger tijd te zien bezwijken voor den aandrang vanuit Salawati en over te zien gaan tot het Mohammedanisme, waardoor ze veel moeilijker voor 't Christendom te winnen zouden zijn; dan lag op mij de verantwoordelijkheid, een deur, die geopend stond, voorbij te zijn gegaan en den toegang gemakkelijk gemaakt te hebben voor de „vele tegenstanders", die maar al te gaarne zouden binnentreden. Dan lag 't ocjk voor mijn rekening, aan hen, die den weg naar Christus wilden zoeken, voorbij te zijn gegaan meteen: „Ga heen en wordt warm!"

O]) Salawati was een goeroe, die vele dingen tegen zich had als: hoogmoed, eigenwaan, gewinzucht e.d., maar die dit voor had, dat hij voor geen klein geruchtje vervaard was en zich niet gauw uit het veld liet slaan. Op Salawati was hij de buurman geweest van den geweldigen Oetoesan, den zeer gevreesde, en hij had diens handelingen dagelijks kunnen gadeslaan, waardoor het respect voor den algemeen gevreesde er bij hem niet dik op zat. Hem zond ik naar Amsterdam met de opdracht er de Zending te openen.

Toen hij er aan wal stapte, was dit het sein voor velen om 't eiland te verlaten. Want de Oetoesan had met zware dreigingen gedreigd allen, die een goeroe zouden begeeren en dien helpen. Een familie slechts, de familie Marino, hield stand en de leden dezer familie hielpen den goeroe bij zijn vestiging, on deze trok onmiddellijk van leer. Er lagen, ik weet niet hoeveel pikol paarlmoer-schelpen gereed, die als cijns aan den radja Salawati moesten dienen. „Jelui zijt gek om dien cijns te betalen, koopt er kleeren voor en voedsel" — zoo leeraarde de goeroe. En men luisterde naar 's goeroe's raad, al was het schoorvoetend. Er werd cijns gebracht aan den Radja, maar niet zooveel, lang niet zooveel als de gewoonte was. En de Radja en diens voornaamste raadsman, de Oetoesan, hoorden hoe dat kwam en de Oetoesan zou dien goeroe de les wel eens lezen.

Met een zeer groot heir van volgelingen naderde

Sluiten