Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

beloofden den goeroe in zijn werk terzijde te staan. Over het handhaven van reglementen heb ik hun niet gesproken, maar ik heb hun gevraagd of ze tuinlui wilden zijn in Gods tuin, of ze weg wilden kappen het hout, dat aan de jonge planting licht en lucht zou rooven, of ze wieden wilden in den tuin, of ze een pagger wilden maken om schadelijk gedierte uit den tuin te roeien. En ze begrepen, wat hun werk was en ze beloofden het.

Na den dienst weder invullen van register ~en doopbewijzen. En toen waren we klaar om te vertrekken.

Wij hadden berekend na beëindiging van den arbeid op de Twee Eilanden naar Sorong te vertrekken. Wij zouden daar dan ook nog een paar dagen hebben voor inspectie van het werk. Maar „de mepsch wikt en God beschikt". De beruchte Wambrau stond daar en 't was niet mogelijk daardoor heen te komen naar Sorong.

Wij moesten dus nog enkele dagen blijven.

In den loop van de week zijn er meer catechisanten thuisgekomen, die ook nog gaarne zouden willen gedoopt wor' den. Thans zijn de volwassenen onder hen onderzocht en daarop gedoopt met de kinderen. In het geheel zijn nu gedoopt 76 zielen, waarvan 33 volwassenen en 43 kinderen.

De wind is naar het noorden gedraaid, wat gunstig is voor den goeroe, die vanavond of morgenochtend te Sorong kan zijn met een verzoek aan den kapitein der Paketboot om ons éven te willen opnemen.

De „Reael" van de K.P.M. kwam des avonds en stopte een oogenblik ter reede van Amsterdam om ons op te nemen, 't Was een mooie maannacht en een rustige zee.

De bevolking deed ons op de meest hartelijke wijze uitgeleide. Men betreurde ons vertrek.

Met voldoening zien wij op onze reis terug. Wij meenen «trbeid verricht te hebben voor Gods Koninkrijk.

Sluiten