Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

negentienjarig verblijf in hun midden was meer dan woorden. Het leven, mijn omgang, mijne bezoeken aan hunne huizen, mijn verkeer in hun midden, ja mijn geheele zijn, staat den zoodanigen voor den geest. O! het is zulk een recht geestelijk genot, dat op zulke tijden te mogen ervaren.

Aan den avond van dien dag had ik nog eene vergadering met den kerkeraad. Al de gemeentebelangen werden hier besproken. Er was groote opgewektheid. Ieder had iets te zeggen. Allen beloofden, dat zij op hun' post zouden staan, als ik voor een' korten tijd van hen heenging. Zij wilden zorgen, als ik later tot hen wederkeerde, dat mijn hart dan verblijd zou worden. Wij willen vertrouwen, dat die belofte vervuld zal worden. Zoo liep. die dag ten einde. Den volgenden dag hadden wij herhaling van een en ander te Passo, en het zou mij gemakkelijk vallen van ieder dezer negentien gemeenten een verslag te geven , zoowel van de gemeenten zeiven, als van ons werk in haar midden. Maar dit zou stellig eentoonig worden. Toch vrees ik reeds, dat bet bovenstaande het verrassende, het opwekkende, bovenal het bekoorlijke van het nieuwe mist; maar dit kan bezwaarlijk anders in reeds gevestigde gemeenten. Gemakkelijker gaat dat bij gemeenten in wording; daar is alles nieuw en frisch; daar trekt ook de kleinste bijzonderheid, en wordt het geringste belangrijk.

Zoo deden Br. kruijt en ik in de vorige week eene zeer aangename en opwekkende reis langs het strand van Langowan en Kakas. Hoe zeer hebben wij te samen genoten, niet het minst daar, waar wij een' aangenamen opgewekten geest in de gemeenten bespeurden. Wij hebben, gedurende tien dagen, in acht gemeenten druk gewerkt. Er werd in het geheel twee en twintig keeren gepreekt; in al de gemeenten het H. Avondmaal uitgereikt; eenige catechisaties gehouden, en de meeste scholen werden geïnspecteerd. Ging ik nu echter van dit reisje een verslag opmaken, het zou

Sluiten