Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te Roematiga ter school, en te Waaihero heeft de Hulpprediker Step eene bijzondere school gesticht, die goed vooruit gaat.

Te Roematiga is men ook bezig met het verzamelen van materialen voor een nieuw kerkje. Het houtwerk is bijna gereed; het wordt door de mannen gekapt in de verafgelegene bosschen en door de vrouwen gesleept en gebracht op mijn erf, waarvan ik een plek heb afgestaan, om er de kerk te bouwen. De kalksteen wordt door kleinen en grooten uit de zee gezocht en op het drooge gebracht, om dan later hier een' oven te zetten en kalk te branden. De menschen zjjn zeer bereid tot werken; maar het groote bezwaar ligt in het bijeenkrijgen van het benoodigde geld. De timmerman, die het werk heeft aangenomen voor ƒ 1000 is reeds begonnen met het hout te bewerken; maar in eene zoo kleine gemeente zal het lang duren eer het geld bijeen gebracht is. Voor den bouw mag geen geld van het kerkgeld besteed worden; wel, wanneer het eenmaal staat, voor de inwendige inrichting. Door tusschenkomst van den Heer Bosseet hebben wij een nieuw avondmaalsstel aangekocht, waartoe allen, groot en klein, catechisanten en schoolkinderen hun penningje hebben bijgedragen.

Het verheugt ons, dat de toestand der gemeenten op Ambon, blijkens deze mededeelingen vooruit gaat, en hieruit bljjkt op nieuw, dat door samenwerking van Predikanten, Hulppredikers en welwillende gemeenteleden veel goeds tot stand gebracht kan worden.

5. Br. Bieger op reis.

De beide volgende brieven van Br. Bieger zullen door velen van onze vrienden met belangstelling gelezen worden.

a. Marseille, 2 Mei 1888.

Hooggeachte Heeren Bestuurders!

Door 's Heeren vriendelijke leiding zijn wij wel en behouden te Marseille aangekomen. Gisteren morgen gingen we met den train éclair, 8 uur 50 uit Parijs, en kwamen heden nacht 12 uur aan, een verbazend lang eind, waarop meu ongeveer 134 stations moet passeeren. Inderdaad, over bergen en door dalen en overal ziet men de heerlijkste openbaringen van dien zelfden Heer, die daar als overal zjjn' zegen gebiedt.

Te Fontainebleau, een heerlijk boschrijk oord, met eiken, sparren, dennen, enz. wees mijn hoogtemeter 180 meter boven den Haag (niveau der zee). Een welbekende vriend uit Holland, een prachtige lijster, zong ons hier een vriendelijk afscheidslied toe. Hoe gaarne hadden we daar eene wijle vertoefd!

Tusschen Blaisi-Bas en Malain, bereikten we 't hoogste punt van onzen tocht, 510 meter ruim; hier bevonden we ons inderdaad tusschen de bergen. Onbeschrijflijk schoon is hier 't gezicht, dat men geniet. Heerlijk groen, tal van bloeiende vruchtboomen, verkondigen het eind der lente. De beplante hellingen der bergen met nog hoogere bergtoppen daar achter doen ons denken aan

Sluiten