Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Meermalen hebben wij aangetoond, dat de zending in onze Oost baar eigenaardig karakter heeft. Het is genoeg gebleken, dat zij vrachten heeft gedragen. Zij draagt die steeds, en zjj zouden overvloediger zijn, als de stoffelijke middelen ruimer toevloeiden. Wilden Engelsehe en Amerikaansche Broeders ons daarin hunne hulp verleenen, wij zouden die dankbaar aanvaarden en hun de meest volledige inzage verleenen van onze zendingaangelegenheden, des noods een tijdschrift in hunne eigene taal, aan Nederlandsche zendingbelangen gewijd, uitgeven. Wij twijfelen niet, of het getal Nederlandsche jongelingen, die zich aan de zending wijden, zou verviervoudigen. Wij vertrouwen zelfs, dat de milddadigheid van onze overzeesche Broeders en Zusters onze Protestantsche landgenooten tot jaloerschheid zou verwekken. Kortom Engelschen en Amerikauen kunnen de verbreiding van het Christendom in onze Oost werkdadig bevorderen; maar aan het zenden van hunne landgenooten op den geheel vreemden akker moeten zij niet denken. Het zou niet anders dan op schade voor de groote zaak uitloopen.

Over het geheel verschilt onze zendingmethode aanmerkelijk van die der Amerikanen en Engelschen. Dit moet wel, omdat de toestanden in onze Koloniën zoo zeer verschillen van die in andere landstreken en gewesten. De Amerikanen en Engelschen dringen er meer en meer krachtig op aan, dat de Inlandsche gemeenten zich zeiven onderhouden, wat dan ook wel van toepassing is voor volken als die in de Zuidzee en zelfs in Afrika, die in handel en bedrijf ruime middelen van bestaan vinden. Onzen Inlandschen christenen ontbreekt het over het geheel aan die ruime middelen. Zjj doen het hunne, naar vermogen; maar dit blijft verre beneden eigen onderhoud, «selfsupport", zoo als de Engelschen dit noemen. Onze verhouding als Europeanen tot de Inlanders verschilt in menig opzicht van die der Engelschen in hunne Koloniën. Engelschen en Amerikanen gevoelen behoefte aan vrije beweging. Zij trekken het land door en prediken overal en ten allen tijde, op markten, in tempels, op het veld, in volkrijke steden, in de ruimste mate gebruik makende van de vele middelen, die hun daartoe ten dienste staan. Zij bouwen kerken en scholen, verspreiden geschriften, beschikken over vaartuigen en reisgelegenheden naar welgevallen, en zoo is er meer. W ij vorderen van onze zendelingen eenvoudig, gemoedelijk verkeer met de Inlanders, onder welken zjj zich gevestigd hebben. Wij verwachten langzamen, maar zekeren invloed. Wij weten eenmaal, dat de steden het