Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

minst geschikt zijn voor de Evangelieverbreiding, en vestigen dan ook steeds het oog op de bevolkingen in de binnenlanden. Wij hebben onze scholen; doch deze verschillen in karakter van de Engelsche. Voor hooger onderwijs zijn onze Inlanders nog niet vatbaar, en ons volksonderwijs moet zich meer en meer richten op maatschappelijke toestanden, die zoo geheel eigenaardig zijn. Wij behoeven ons in dit alles slechts te beroepen op ons zendingwerk op de Ambonsche eilanden, in de Miuahassa, op Java en elders. Onze Regeering leent op hare wijze, in overeenstemming met de wet, de hand in de christianiseering door het bezoldigen van Europeesche eD Inlandsche Hulppredikers.

Hoe dit en meer bij den vreemdeling onbekend, althans onbegrepen is, blijkt ook uit het stuk ons door den Minister gezonden. De schrijver meent toch, dat die Hulppredikers geen toegang hebben tot de heidenen, wat geheel in strijd zou zijn met het karakter hunner bediening. Hij keurt af, dat onze Zendingposten, als van zelf, binnen zekere kringen besloten zijn; dat het familieleven daar heerscht. Hij zou willen, dat onze Zendelingen zich over ruime velden bewogen. Naar onze overtuiging zou zulk eerie verdeeling weinig vruchten dragen, ja! licht aanleiding geven tot verwarring, indien niet tot gisting, dweepzucht en opstand.

Hebben wij Nederlanders ons dan niet van tekortkomingen te beschuldigen? Helaas! slechts van al te vele; en als wij ons niet bekeeren, dan zullen die tekortkomingen bij de Zendingmannen in andere landen zóó zeer tegen ons getuigen, dat zij zich, op welke wijze dan ook, van den akker meester maken. Wij verdeelen onze krachten en zijn nalatig in de broederlijke samenwerking. Wij laten akkers braak liggen, waar alles gereed is om den arbeid met vrucht te beginnen. Wjj hebben geen Zendelingen voor de eilanden, waar nog altijd naamchristenen van vroeger gevonden worden en waar thans de Islam post vat. Wij zien zelfs op tegen den Islam, waar deze ons niet in den weg zou treden, als de Zendeling met den altijd noodigen tact te werk ging. Reeds sedert jaren liggen in de magazijnen van oub Bijbelgenootschap woordenboeken, spraakkunsten, bijbelvertalingen in het Makassaarsch en Boegineesch van den voortreffelijken geleerde en zendingvriend Dr. B. F. Matthes , en tot nog toe nam geen Genootschap het werk in Zuid-Celebes op, dat ons in der tijd uit de handen genomen werd, en dat wjj nu onmogelijk weêr kunnen aanvaarden, sedert Java zulk een aanmerkelijk deel van onze krachten vordert.

Men steune geldelijk de Vereenigingen, ook het onder Battaks