Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

omtrent langsamerhaml helderder begrippen aan den dag treden. Maar is het niet opmerkelijk, dat ook onder Javanen zich ten dezen dezelfde verschijnselen voordoen als wel bij ons? Br. Krujjt heldert dit inet een voorbeeld op, aan zijne ziekenverpleging ontleend. Zijne raadgevingen omtrent voeding of verzorging van zieke of zwakke kinderen werden vaak in den wind geslagen, omdat een of ander oud moedertje gezegd had: »Wat weet menheer er van? We hebben jelui immers ook wel groot gebracht!" Het laat zich begrijpen, hoe dit ook bij de opvoeding van invloed is; doch, zoo als wij zeiden, het jongere geslacht krijgt een beter oog op deze dingen, en zoo hoort en ziet men vaak de kinderen zich in de ouderlijke woning oefenen in hetgeeD zij op school leeren. De kleinkinderschool schijnt hierin ook veel goeds te stichten.

«Nog iets", lezen wij verder, >der vermelding waardig vinde hier eene plaats. De loerah (het hoofd) van Mödjo-röto, onderdistrict Módjö-warnó, trad af wegens ouderdom, en in zijne plaats werd gekozen de oudste zoon van den ontginner dier desa. Deze behoort tot de meestgegoeden van het dorp. Hij heeft niet alleen de school met vrucht doorloopen, maar ook indertijd deelgenomen aan de avondlessen in het Maleisch en het rekenen met gewone breuken. Hij is dus meer ontwikkeld dan eenige loerah hier in den omtrek, en daarbij een door en door vroom christen. Wat mij bijzonder voor hem innam, is de wijze, waarop hij zich tijdens de verkiezing gedroeg." (Men weet, dat de loerah's door de dorpgenooten gekozen worden). »Een der oudste christenen getuigde van hem, dat hij »»noch ter rechter, noch ter linker afweek,"" waarmeê de man bedoelde, dat de gekozene noch door geld, noch door bijgeloovige handelingen zich van zijne verkiezing had trachten te verzekeren. Dat hjj daardoor de steun moest missen van lieden, die dergelijke aangelegenheden steeds tot het behalen van eenig voordeel zoeken aan to wenden, ligt voor de hand. Niet zonder grond verwachten wij van hem, dat hij een voorbeeld zal zijn voor zijne minderen, zoowel als voor andere dorpshoofden." Moge deze verwachting zich verwezenlijken! Van de hoofden hangt zooveel af, ook voor den bloei van de gemeente.

De 10 gemeenten van dezen werkkring tellen thans 3212 zielen. In het geheel werden 124 gedoopt. Er waren 53 catechumenen. Het getal van elders overgekomenen bedroeg 13, dat der naar elders vertrokkenen 25; dat der overledenen bedroeg 38, terwjjl 4 afvallig werden. Er werden 24 huwelijken gesloten. In de Zondag'morgengodsdienstoefening kwamen gemiddeld 693 op; het hoogste