Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

doende gelegenheid tot rijstbouw ter plaatse der vestiging. Van het bovenvermelde Taloen heeft Poensen goede verwachting, en ook Segaran schijnt zich als christendesa gunstig te blijven onderscheiden. Met Maron, dat trouwens altijd met veel tegenspoed te worstelen had, is het nog altijd minder gunstig gesteld. De verwachting is voor het tegenwoordige vooral gericht op het opgroeiende, jongere geslacht, dat teekeDS van uieuw leveu openbaart. De verhouding van christenen tot mohammedanen is daar als van 1 tot 6, hetgeen omgekeerd had kunnen zijn, als de geesten niet verdoofd waren.

Te Wonö-hasri is de verhouding van christenen tot mohammedanen als 2 tot 1. Toch nam de gemeente niet toe, en oefent zij daarbij geen invloed op de verbreiding van het Evangelie in den omtrek. «Sedert eenige maanden echter," schrijft Poensen , «vertoont zich tot mjjne blijdschap eenige opgewektheid onder de christenen, hoofdzakelijk ontstaan door de verwezenlijking van het plan om eene nieuwe kerk te bouwen; en zonder eenige beperking komt hun de lof toe, dat zij voor dien bouw doen wat zij kunnen." Laat ons hier verwijzen naar onze Maandberichten, waarin over dezen kerkbouw een en ander voorkomt. (1) Het is onzen Lezers bekend, dat ook ten dezen Mr. O. J. H. Graaf van Limbubg Stieum zich een krachtige helper betoonde. Br. Poensen betuigt warmen dank voor dezen, gelijk ook van andere zjjden ondervonden bijstand.

En nu komt ook Sambi-rotö voor eene kerk in aanmerking. Ook daar gevoelde de gemeente zelve daaraan behoefte. //Sambi-rotö," schrijft onze Broeder, «wint het nu reeds in zielental van al de Kedirische gemeenten en er heerscht een opgewekt kerkelijk leven. Dit jaar (1888) wordt er tegelijk eene kinder-dagschool geopend, waarvoor men voorloopig een bamboe-gebouw met houten stijlen en bindwerk heeft opgezet, terwijl men ook voor de noodige banken en borden gezorgd heeft. Levi blijft er voorganger der gemeente, doch twee van mijne oudste kweekelingen heb ik er als onderwijzers geplaatst, die ieder eene klasse van 20 k 25 leerlingen zullen leiden. De gemeente zorgt grootendeels voor hun onderhoud.

Deze onderwijzers werden door Br. Poensen opgeleid. Zij vormden met nog drie anderen, die elders geplaatst worden, de oudste klasse zijner kweekelingen. De tegenwoordige oudste klasse bestaat uit vier kweekelingen. Wjj lezen verder :

«Door Gods goedheid was ik in staat de verschillende gemeenten, ook die in Madioen, als naar gewoonte te bezoeken. Over het

(1) Zie Maandb. 1887, p. 87, e. r.