Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich volvaardig bereid, tot de uitvoering van dit plan mede te werken. Zoo als bekend ia, vertrok hij den 30steo April van hier, zoodat wij kunnen aannemen, dat hij tegen het midden van Juli te Koepang op Timor zal zijn, om van daar Bpoedig Savoe te bereiken. Zijne berichten en de mededeelingen van Br. Niks zullen ons, vertrouwen wij, in staat stellen de zaken op Savoe zóó te regelen, dat als de Broeders Wijngaarden en Hulstra, daar aankomen, het overnemen van de zorg voor de gemeenten hun niet te zwaar moge vallen. Onze jeugdige Broeders zullen (D. V.) ter aanstaande Jaarvergadering door ons worden afgevaardigd, om spoedig daarna de reis naar Indië te aanvaarden en, daar aangekomen, wordt hun gelegenheid gegeven zich nader voor te bereiden voor het gewichtig werk, dat hun wacht. Men zal begrijpen, dat het kleine Savoe niet het einddoel van hunnen arbeid kan zijn. Wij verwachten, dat zij mettertijd onder de Savoeneezen mannen zullen vinden, bereid om het Evangelie ook naar andere eilanden over te brengen.

De Minahassa.

Wij gevoelen ons gedrongen op nieuw, zjj het ook bij veelvuldige herhaling, ons standpunt ten aanzien van dit arbeidsveld in het licht te stellen. Men houdt niet op, al is het ook met goede bedoeling, daarvan verkeerde voorstellingen te geven. Toen wij, als gevolg van de uitvoering der Indische wet op het Inlandsch onderwijs van 1871, strijd moesten voeren tot behoud van het christelijk element in onze scholen; toen verder de eerste gouvernements-kweekschool voor inlandsche onderwijzers in Indië in de Minahassa werd gevestigd (1); toen diensvolgens onze kweekschool op ruimer schaal moe9t worden ingericht; toen weldra op de grootste plaatsen in de Minahassa gouvernementsscholen werden geopend, waaraan aanzienlijke sommen besteed werden; toen wij met de Regeering in concurrentie hadden moeten treden, waartoe minstens ƒ 50000 's jaars noodig zouden geweest zijn; kortom, toen alles ten aanzien van het volksonderwijs ons tegenliep en wij ons nog eens (voor de hoeveelste maal?) tot de Regeering wendden, om althans het christelijk element in de scholen te behouden en de onderwijzers, als tot dusverre in de gemeente te doen optreden en bij het godsdienst-onderwijs te blijven gebruiken, was het wjjlen de Minister van Bosse , die ons op bepalingen opmerkzaam maakte, die konden strekken om de belangen der

(1) Zij is sedert weêr opgeheven.