Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opwekkend en verkwikkend nu ook te kunnen uitzenden. En dat mochten wij. E. W, G. Graafland en J. S. de Vries zagen wij uitgaan als Hulppredikers, en wij ontvingen reeds van hen welkome tijding. Bieger, Hulstra en van Wijngaarden gingen als onze Zendelingen en bereikten of naderden het oord hunner bestemming.

Het getal onzer kweekelingen nam toe, en bet doet goed, ons ruim zendelinghuis gevuld te weten met een aantal van jongelieden, die zich van liarte begeeren te wijden aan de verkondiging van het heerlijk Evangelie onder de heidenen.

Director en Sub-Director bleven met al onze onderwijzers en beambten onvermoeid en in den Heer gesterkt werkzaam. En hoewel om de tafel der Hoofdbestuurders, maar al te veel grijze, over de 60, ja meer dan 70 jaren tellende, hoofden zitten, in vergelijking van het getal der jongere krachten, gereed om hen in den veelvuldigen arbeid te steunen en dien, als het moet, van hen over te nemen, met dank aan God vervult het ons, dat Hij ook weder in dit jaar ons al die oude vrienden spaarde, en het bedreigde leven van den Voorzitter onzes Bestuurs niet wegnam, maar weder oprichten en versterken wilde.

Ook de zoo noodige geldmiddelen bleven niet geheel ontbreken, ofschoon onze Penningmeester wel eens klagen moest over eene ledige kas en onbetaalde schulden. Ter goeder ure kwamen telkens verrassingen, die ons dankbaar maakten en ons versterkten in het geloof, dat God ons genadig gebruiken wil in het werk, dat Hij doet, en ons Genootschap zal staande houden. En al wenschten wij, .dat de vaste inkomsten meer dan verdubbeld werden, opdat de arbeid der evangelieverkondiging in onze koloniën met meer kracht kon worden aangegrepen, wat wij ontvingen stemt ons tot overvloedigen dank aan God en menschen, en doet ons vertrouwen, dat gij, onze vrienden, niet zult ophouden om ons naar vermogen te steunen.

En nu treden wij eenen nieuwen tijdkring in. Onze hulp

Sluiten