Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

»De schoolkinderen, onder leiding van hun' onderwijzer, Lekahéna, kwamen mij een blij welkom toezingen, en' ik bracht aan alle tegenwoordigen de groeten over van de broeders en zusters in Nederland, waarbij ik den wensch uitsprak, dat wij één van zin eu bedoelen onzen Heiland zouden navolgen.

»Een bezoek aan het huis, vroeger door Br. Teïïeb bewoond, stelde mij zeer teleur. Ik had gedacht, dat het nog eenigszins bewoonbaar zou zijn ; doch daaraan valt niet te denken. De goeroe woont nog in het achterhuis, en houdt daar school; maar hij vreest, dat het gehetle huis weldra zal instorten, daar de witte mieren tot in het bovenste gedeelte zijn doorgedrongen, en al het houtwerk doorknaagd hebben. Na met den Radja het huis onderzocht te hebben, werd besloten het af te breken. De Radja beloofde hulp, en zou zijn' invloed aanwenden, om alle christenen daarin naar vermogen te doen deelen. Daar er geen hout op Savoe is, zullen wij planken van Makassar ontbieden.

»Eer ik overga, u mededeeling te doen van mijn bezoek aan ieder der gemeenten op Savoe, wensch ik mijne gedachten neder te schrijven over het standpunt, dat de Zendeling of Hulpprediker tegenover de inlandsche vorsten van het eiland Savoe heeft in te nemen. De zendeling komt niet als vertegenwoordiger van de Regeering, is dus niet met de macht van Gouveruements-ambtenaar bekleed. Staat hij ook al, gelijk alle Europeanen in Indië, onder de bijzondere bescherming vau de Regeering, zoo mag hij toch daarvan geen bijzonder gebruik maken ten voordeele van zijn werk. Als bijvoorbeeld de Radja's den Resident of andere ambtenaren met veel eerbied en hulp (van paarden als anderszins) ontvangen, maar daarentegen den zendeling bij zijne komst alleen en hulpeloos laten staan, dan laat zich het eerste gemakkelijk verklaren en is het laatste niet als een strafbaar feit te beschouwen, zelfs niet als eene houding, waarover de zendeling zich zoo bijzonder heeft te ergeren of te beklagen. Hij heeft hier, als nederig dienaar vau zijnen Heiland, eene kostelijke aanleiding om het Evangelie der liefde te prediken; ook als hij in den persoon van den Radja, zooals hier het geval is, niet alleen den vorst, maar tevens een' ouderling der gemeente aantreft. Geen menschelijke, maar wel de goddelijke macht der liefde heeft hier terrein te veroveren. Dit hoop ik wel in acht te nemen.

Als ik nu iets omtrent de gemeente van Seba ga vermelden, dan moet ik beginnen met den vorst, die tevens ouderling der gemeente is, en daar hij mij dikwerf bezoekt, is het mij niet moeielijk

Sluiten