Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

makende te samen ƒ 1253,703 (een millioen tweehonderd drie en vijftig duizend, zevenhonderd drie gulden). Voegen wij bij dit bedrag het gemiddelde van het uit de beide legaten toegevoegde, dan besteedden wij gedurende de laatste vier jaren ƒ 1610,315 (een millioen zesmaal honderd en tienduizend driehonderd vijftien gulden). Daar het nu, naar het oordeel van ons Bestuur, niet verstandig zou zijn, van het overgeblevene dezer legaten meer dan ongeveer ƒ 250,000 jaarlijks te besteden, waardoor zij dan binnen vier of vijf jaren zouden zijn uitgeput, zoo staat ons thans te bezien, hoe wij voor het vervolg onze uitgaven zullen kunnen bestrjjden, en stellen wij de vraag: Hoe eene jaarlijksche vermeerdering van J 375,000 te verkrijgen is, als hartelijke, geregelde bijdrage van de gemeenten en bijzondere personen."

Het Bestuur van het Amerikaansch genootschap begrijpt terecht, dat wat voor de zending bestemd is, ook voor de zending besteed moet worden; doch het zal ook wel ondervinden, dat eene aanzienlijke vermeerdering van jaarlijksche bijdragen niet zoo gemaklijk te verkrijgen is. Dit althans is onze ervaring.

5. Rubin.

In Maandbericht No. 11 (p. 159) wordt als hoofd van eene nieuwe desa, (Taloer), in den werkkring van Br. Poensen , Rubin vermeld. Laat ons op dezen man hier terugkomen. Br. Poensen leverde ons in korte trekken zijne geschiedenis.

Rubin was te Maron gekomen, waar hij, toen nog Mohammedaan, met een christenmeisje huwde, dat op verlangen van hare ouders dit huwelijk had aangegaan. Zoodra zij echter met hem woonde, sprak zij er haren man gedurig over aan, christen te worden. En hjj liet zich daartoe ook vinden, zoodat Poensen hem in 1869, tegelijk met hun eerste kind doopte. Kort na zijnen doop werd Rubin tot hoofd van de desa gekozen.

De Zendeling, de Medehelper, en de beste leden der gemeente verheugden zich daarover. Hoe bitter werden zij teleurgesteld! Het desahoofd verviel in ongebondenheid, die hem geheel van den zendeling vervreemde, en hem tot volkomen armoede deed ververvallen, zoodat hjj als desahoofd ontslagen werd.

Na lang zwerven vond hij eene rustplaats in Swaroe, de bekende gemeente van Br. Kreemeb . Daar kwam hij in betere omgeving, waardoor het zijne vrouw gelukte, hem weer in het rechte spoor te brengen. Diensvolgens bezocht hjj meermalen Kediri, om weer door Br. Poensen te worden aangenomen. Toen deze lang weiger-

Sluiten