Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

meening veld wint, dat Japan een christelijk land moet zijn om met de westersche volken op gelijken voet te staan, dan is er gevaar, dat velen zich zullen aansluiten zonder waarachtige bekeering des harten. Daarbij, de slechte boeken, die in Europa worden geschreven om godsdienst en zedelijkheid te ondermijnen, vinden ook den weg naar het verre Oosten, en niet zelden hooren de zendelingen ginds de bedenkingen tegen het Christendom, die hier door het ongeloof werden uitgedacht; ja, daar zijn er, die zich vereenigen om het Evangelie op wetenschappelijken grond te bestrijden.' En bedenkt men, dat overal en onder alle volken, de zonde de groote macht is, die zich tegen het Godsrijk verzet, en dat het om niets minder te doen is, dan om een geloof, dat hart en leven vernieuwt, dan begrijpt men gereedelijk, dat er ook in Japan een felle strijd moet worden gestreden, en dat er onder gebed en tranen moet worden gezaaid.

Maar hier is nog een eigenaardige vijandelijke macht, die in het worstelperk treedt. Het is vooral het Boeddhisme, nog meer dan het Sjintoïsme de heerschende godsdienst in Japan, dat alle krachten verzamelt tot een strijd op leven of dood. De priesters gevoelen, dat hun bestaan wordt bedreigd; dat de eeuwenoude tempel van hun' Boeddha op zijne grondvesten schudt; dat er een nieuwe geest vaardig wordt over Japan, die den ondergang van liet Heidendom, en dan ook van hun aanzien en invloed, voorspelt. Maar nog tellen zij hunne aanhangers bij millioenen, en is hunne macht over de volksmenigte ontzettend groot. Ook voor hen heiligt het doel de middelen, en langs allerlei wegen pogen zij het ontluikend Christendom te verstikken. Hier schrijven zij boeken om het te bestrijden; daar zenden zij hunne bekwaamste redenaars rond onder het volk, om overal tot handhaving van den ouden godsdienst aan te sporen; ginds bedienen zij zich van laster en hoon, om de nieuwe leer in verachtingte brengen; elders hitsen zij de menigte op, om de gods-

Sluiten