Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er op aangedrongen, die heidenen aan den invloed van den Islam te onttrekken door Evangelieprediking!

En nog eens kwam Ds. Wielandt tot ons, weldra krachtig ondersteund door Br. N. Graafland. Aan de overzijde van de golf van ïomini ligt Posso, de hoofdplaats van een rijkje van dien naam, en daaraan grenst weêr een ander, namelijk Todjo. Die geheele landstreek wordt bewoond door heidenen, die nog niet in aanraking kwamen met den Islam, eene bevolking, die in zeden en gewoonten, in verwantschap van taal en godsdienstige voorstellingen veel heeft van de Minahassasche, zooals zij was eene halve eeuw geleden. Tusschen Gorontalo en Posso bestaat levendig verkeer; de Resident bezoekt de plaats van tijd tot tijd en zelfs is stoomgemeenschap niet uitgesloten.

Dit alles overwegende, rijpte eene voorstelling, die reeds veel vroeger bij ons had behooren post te vatten. De Minahassa vormt een' uithoek vau het groote eiland Celebes, laat ons nu maar zeggen van het schiereiland, dat zich ten noorden van de golf van ïomini uitstrekt, en weêr ten nauwste verbonden is met het andere schiereiland, dat de zuidelijke grens van voornoemde golf vormt. Het heeft steeds in de bedoeling gelegen, de zending in de Minahassa naar die gewesten uit te breiden; Bolaang-Mongondou zou de eerste schrede zijn op dien weg. Wij werden daar gestuit, en de uitbreiding bleef rusten. Dit mag niet zóó blijven. In de dagen der OostIndische compagnie vond men verscheidene christelijke gemeenten rondom, de golf van Tomini; het geschiedwerk van Valentijn kan ervan getuigen. Die gemeenten hadden hare voorgangers; zij werden zooveel mogelijk bezocht door Predikanten ter bediening van Doop en Avondmaal en het aannemen van lidmaten. Hadden wij dit niet reeds sedert lang moeten bedenken? En is ons Genootschap niet in de eerste plaats geroepen tot het hervatten van dezen arbeid? Wij hebben daartoe besloten, en stellen ons voor een' van onze aanstaande zendelingen voor Gorontalo, een' voor Posso te bestemmen. Wij voeden de hoop, dat het Nederlandsche Bijbelgenootschap na een tweetal jaren een' jeugdigen taalgeleerde naar die gewesten zal afvaardigen tot het beoefenen van den alleszins merkwaardigen taaltak, die doorgaans onder den algemeenen naam van Alfoersch begrepen wordt, velerlei dialecten telt en toch eene eenheid bezit, die door den taalgeleerde in bet ware licht kan gesteld worden. Het is een uitgebreid veld, dat eerst na tientallen van jaren kan overzien worden; doch dat reeds te lang op bearbeiding wacht.

Sluiten