Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

der christengemeenten op Savoe en Soemba over het jaar 1888. Het getal der christenen op Savoe bedroeg 1800 (te Seba 836, te Liaai 281. te Messara 214, enz.), op Soemba 245; het getal avondmaalgangers op Savoe 135, op Soemba 13. Het getal schoolkinderen bedroeg op Savoe 148 (70 jongens en 78 meisjes); op Soemba 32 (21 jongens en 11 meisjes).

Br. Bieger trachtte de radja's te bewegen meer werk te maken van den tuin- en akkerbouw, daar vele goede gronden geheel tot weiden voor paarden dienen, die wel op zekere tijden door de hoofden met aanzienlijk voordeel verkocht worden, doch van welken ook op andere tijden velen sterven van gebrek, terwijl het volk geen gelegenheid vindt grond te bebouwen en zich diensvolgens weêr grootendeels moet voeden met de stroop van den lontarpalm. Bieger schreef Ds. Kemmann te Buitenzorg om zaden, welke deze hem deed toekomen. Moge hierin een begin liggen van eene maatschappelijke reformatie op Savoe, gesteund, vernieuwd door de kracht en den invloed van het Evangelie. Vergissen wij ons niet, dan is mettertijd van deze bevolking van ongeveer 20000 zielen iets te wachten ook voor de Evangelisatie van naburige eilanden. Zoo zij het! Br. Wijngaarden zal, vertrouwen wij, ook hierop zijne aandacht vestigen.

De Minahassa.

Behoeven wij nog te herinneren, dat de Minahassa een zendingveld van ons Genootschap is gebleven, ook nadat het meerendeel deiBroeders als Hulppredikers aan de Indische kerk verbonden werden? Hét schijnt dat deze herinnering niet overbodig is, althans voor hen, die zich geen juiste voorstelling vormen van het Hulppredikersschap, dat in karakter alleen hierin onderscheiden is van dat des Zendelings, dat de laatste in den regel tot eenen niet of nog pas ontgonnen akker inging, terwijl de eerste gemeenten vindt door den Zendeling gesticht, die gelijksoortige vorming vorderen als die des anderen, terwijl voor beiden een ruim veld open staat voor de toebrenging van hen, die nog buiten het Christendom staan.

Onze betrekking op de Broeders in de Minahassa is onverflaauwd Hoogst aangenaam is het ons, dat dit wederkeerig van de Broeders te onzen aanzien kan gezegd worden; dat zij dus ook voortgaan door de Zendelingvereeniging. (1) zoowel als persoonlijk de gemeen-

(l) De Zendelingvereeniging, dagteekenende van 1S48, bestaat en zal blijven bestaan tot het behartigen van belangen, die het eigenaardige karakter van zendingbelangen dragen.

Sluiten