Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

schap met ons te onderhouden. Men verneemt wel eens, dat ons Genootschap wegens geldnood zich genoodzaakt zag de Minahassa te verlaten. Het valt niet te ontkennen, dat de kosten aan die zending verbonden, tot ƒ 42000 jaarlijks geklommen, ons begonnen te bezwaren, dat Java en Savoe hunne rechten meer en meer deden gelden. Doch de aanleiding tot de overdracht was mede gelegen in de overtuiging, dat aan de zending hare grenzen gesteld zjjn, en dat waar van de zijde der Regeering de verplichting erkend wordt in de bezoldiging van Predikanten en Hulppredikers te voorzien, de tijd voor de Minahassa gekomen was, van deze verplichting gebruik te maken, te meer daar het werk zijnen gewonen gang kon en moest behouden.

Er was meer. Op het Genootschap had steeds de zedelijke verplichting gerust in het schoolonderwijs te voorzien, en toen de Regeering hierop ingreep door het stichten van eene kweekschool, het openen van scholen, het verleenen van leermiddelen en het bezoldigen van onderwijzers op ruime schaal; toen bleek, dat ons Genootschap hierin met de Regeering zou moeten coucurreeren, stonden de uitgaven te stijgen tot eene hoogte, die den ganschen omvang van zijne inkomsten zouden gevorderd hebben.

Ook gaven wij de gemeenten niet onvoorwaardelijk over. Wij bedongen eene aan hare behoeften geëvenredigde aanstelling van hulppersoneel, ons voorbehoudende te blijven voorzien in het onderhoud van scholen, waar deze naar de regeling van het Gouvernement niet gevonden worden, daaraan voor de onderwijzers verbindende het werk van voorgangers in de gemeenten, onder leiding van de Hulppredikers. Bij dit alles vonden we gewenschten steun bij het Kerkbestuur en bij de Regeering.

Behoeft er meer te worden aangevoerd ten bewijze, dat de band tusschen de Minahassa en ons Genootschap niet verbroken i9? En wil men zich daarvan nader overtuigen, dan gelieve men het breede »Bericht nopens den voortgang der Evangelisatie in de Minahassa" en de daarbij behoorende Statistieken, door Br. Rooker met zooveel zorg bewerkt, te raadplegen. (1)

Al weder kunnen wij in dit ons Jaarverslag ten dezen niet in bijzonderheden treden. Wij moeten ons vergenoegen met het bijbrengen van eenige cijfers, en dan vinden wij, dat in 1887 (over

(1) Zie ons tijdschrift iMededeelingen" 1). XXXIII, p. 48 e.v. en p. 190, e.v.

Sluiten