Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en voor volwassenen meer als herder en leeraar optreedt. Zijn streven is de prediking zóó in te richten, dat zij aan de vatbaarheid van al de toehoorders zooveel mogelijk beantwoordt, daarom worden dezen na kerktijd zooveel mogelijk aan zijn huis of in dat van den voorganger hereenigd, om te onderzoeken of het gesprokene verstaan en begrepen is. Daarom zijn er veelvuldige bijeenkomsten met nieuwelingen, catechumenen en lidmaten, waarin catechetisch onderwezen wordt. Daarom worden alle catechumenen en nieuwelingen, ouders, die hunne kinderen ten Doop willen aanbieden, zij die tot het Avondmaal wenschen toe te treden, aanstaande echtgenooten, allen naarmate van hunne behoeften onderricht, daarna onderzocht en ten slotte aangenomen of toegelaten. Dit alles geschiedt steeds door den zendeling persoonlijk.

Onder zijne kweekelingen heerscht voortdurend een goede geest.

»De trouw en ijver van sommigen mijner helpers," schrijft hij, »is boven mijnen lof verheven. Ook mag van belangeloosheid onder hen gesproken worden, waar kerk- en schoolverzorgers zich ijverig betoonen, zonder eenige vergoeding, waar een Kjai Adrian, opdat de hulpvoorganger hem toegevoegd geen vermeerdering van uitgaven voor de zendingvrienden (»»de christenen in Nederland"" zeggen de Javaansche christenen hier), ten gevolge zou hebben, zich met een derde van zijne tot hiertoe genotene bezoldiging tevreden stelt." En het zelfde getuigt onze Broeder ook pan Elipas en Rasidin. Terwijl vier anderen geen andere vergoeding gemeten, dan dat hunne medechristenen de heerendiensten voor hen waarnemen."

Zoo ook staan naburige desa's elkander bij in ondersteuning van minbedeelden, in werkzaamheden bij het stichten van scholen, het verschaffen van schoolmeubelen, enz.

Noch echtscheiding, noch openlijke afval kwam in de gemeenten voor, iets dat wel de aandacht verdient, waar de mohammedanen den huwelijksband zóó licht verbreken en de verzoeking zóó groot is om zich weêr tot de oude gemeenschap terug te begeven.

Twee nieuwe gemeenten, Wonö-Bëdjö en Mangonnan-djëro zijn aanmerkelijk toegenomen. (1) Swaroe en Pëniwen zijn thans geheel christelijke nederzettingen en gemeenten.

»Ik voor mij," zoo eindigt Br. Kruijt, »zou tot nog toe tot omzichtigheid willen aanmanen, zoowel in het aanwenden van

(1) Zie over laatstgenoemde gemeente het medegedeelde in Maandb. 1888, No. 12, p. 174.

Sluiten