Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hij zich beter. Moge hem geheel herstel bereid worden, en hij daardoor nog geruimen tijd zijne werkzaamheden kunnen voortzetten!

Zoo als men weet was Br. Bieger, na eenigen tjjd op Savoe gewerkt te hebben, bestemd voor de Java-zending. Zag hij zich genoodzaakt, vroeger dan wij gewenscht hadden, Savoe te verlaten ^ heeft hij zich ook thans nog bereid verklaard derwaarts terug te keeren, tot hij de BB. Wijngaarden en Hulstra tot hunnen arbeid zou hebben ingeleid, wij achtten beter hem van deze taak te ontslaan en onze goedkeuring te hechten aan het voorstel van de BB. Ivruijt, in overleg met hem, ingebracht, om hem tijdelijk te Kediri te plaatsen, ter vervanging van Br. Poensen. Later kunnen wij overgaan tot eene nieuwe regeling, moge het dan ook eene definitieve zijn.

Tot hiertoe onthielden wij ons van openlijke vermelding van eene circulaire, dd. 8 Mei, 1888, door Z.Exc. den Minister van Koloniën gericht tot de Besturen der Zendelinggenootschappen en Vereenigingen hier te lande. Zij had ten doel te wijzen op een artikel, voorkomende in een Engelsch dagblad van Singapore, waarin een beroep gedaan werd op de vrienden der zending in Engeland en Amerika, stekkende tot het afvaardigen van zendelingen naar Nederlandsch-lndië, ter bestrijding van den toenemenden invloed van den Islam. Daaraan verbond de Minister de volgende verklaring: »Ik behoef nauwelijks te zeggen, dat de Regeering het op hoogen prijs zou stellen, wanneer door de Nederlandsche Zendingverenigingen krachtig werd medegewerkt tot de uitbreiding van het aantal zendelingen in Nederlandsch-lndië en tot tegengang van den toenemenden invloed van den Isl8,m onder de heidenen in den Indischen Archipel."

Wij beschouwden dit schrijven als eene vriendelijke aansporing tot vermeerderde werkzaamheid. De hoogst schadelijke doorwerking van den Islam wordt meer en meer van vele zijden erkend en betreurd. Daartegen valt niets te doen dan ruimere prediking van het Evangelie. Het gold hier »den toenemenden invloed van den Islam onder de heidenen", geen strijd tegen de mohammedanen. Het kwam ons voor, dat de circulaire, van geheel vertrouwelijken aard, niet bestemd was voor openbare mededeeling. Hti. deed ons leed, dat zulks niet werd ingezien, en dat men, door haar ils eene victorie voor te stellen, haar tot een voorwerp van

Sluiten