Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

October 1889. (l > M. 10.

MAANDBERICHT

VAN HET

Nederlandsche Zendelinggenootschap.

(Gesticht in 1797.)

(91 8te Jaargang.)

INHOUD.

1. Uit een schrijven van Br. J. S. de Vries. — 2. Uit het Dagboek van Br. Hoezoo's medehelper Asa Kiman. — 3. Onze Jaarvergadering. — 4. Br. W. Hoezoo. — 5. De Soela-eilanden als zendingpost aanbevolen. — 6. Berichten. — 7. Lijst van giften, enz.

1. Uit een schrijven van Br. J. S. DE VRIES, Hulpprediker te Koeméiëniboeaai.

In de maand September bezocht ik voor de tweede maal mijne gemeenten. Ditmaal zou ik den Doop en bet Avondmaal bedienen. Van deze tweede reis wensch ik u een en ander mede te deelen.

In de eerste plaats kan ik u met blijdschap berichten, dat, waar' ik het Avondmaal hield, de opkomst mij zeer mede viel. Er was belangstelling, en dit deed mij goed. God geve, dat dit zoo moge blijven!

In mijne strandgemeenten treft men nog vele heidenen aan, die zich aan hunne gewoonten en instellingen houden, vooral te ïengah Sonder, Ongkow en Poïgar. Te Ongkow had ik een gesprek met eenen heiden, wiens zoon ik gedoopt had. Ik moest mij tot mijn groote spijt van een' tolk bedienen, daar de man geen Maleisch en ik de landstaal niet verstond. Nadat hij mij gegroet had, en de meester hem verzocht had te gaan zitten, (hetgeen hij in mijne tegenwoordigheid niet deed, hoewel ik hem er toe aanmoedigde) had ons gesprek op de volgende wijze plaats.

(1) Boven het vorig Maandbericht staat foutief Juni, in plaats van Augustus en September.

Sluiten