Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik hoor van den meester, dat gij de vader zijt van Johannes Lembong, dien ik zoo even gedoopt heb? - Ja, mijnheer zoo is het. - Waart gij ook niet in de kerk? (hoewel ik wist, dat hij en zijne vrouw heidenen waren, deed ik deze vraag.) - Neen mijnheer - En uwe vrouw dan? - Ook niet mijnheer. — Maar waarom niet? Daar hadt gijlieden bij moeten zijn.

De man werd verlegen en wist niet wat te zeggen. Eindelijk kwam het hooge woord er uit:

Onze godsdienst is anders dan die van mijnheer. — O, dus gij zijt nog geen christenen? - Neen, nog niet mijnheer. - Maar waarom zijt gij nog geen christen, en uw zoon wel? - Onze zoon moet weten, wat hij doet; maar wij zijn reeds te oud om een' anderen godsdienst aan te nemen. - Zijt gijlieden dus thuis gebleven, terwijl uw zoon een' anderen godsdienst aannam? Waart gij niet nieuwsgierig, om te zien, hoe dat in zijne werking ging? - Ik ben er niet geweest mijnheer, omdat ik bang was door u gezien te worden. - En uwe vrouw, waar is die gebleven?

De man werd weêr verlegen en zeide: Mijnheer moet niet boos worden over hetgeen ik nu zal zeggen. Mijne vrouw heeft buiten de kerk gestaan, en heeft door de reten naar binnen gezien. - Wat zag zij dan? - Zij vertelde mij, dat mijnheer zoo'n lang kleed aanhad en stond te spreken. Daarna stond onze zoon op met nog twee andere menschen en heeft u met hen gesproken. Eindelijk kwam de meester met eene kom, en toen heeft u met uwe vingers hun voorhoofd met een weinig water nat gemaakt.

Ja, zoo is het ook gebeurd, en die handelwijze noemen wij doopen. Wanneer nu iemand christen wil worden, zooals uw zoon, dan wordt hij gedoopt. Dit is een teeken, dat hij een ander mensch wil worden, veel beter dan hij vroeger was. Begrijpt gij dat? - Jawel mijnheer. - En zeg mij nu eens oprecht, zoudt gij ook geen christen willen worden ? Daar straks zeidet gij, dat gij en uwe vrouw reeds te oud waren, maar dat is geen reden. Wanneer

Sluiten