Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet boos worden, want mijn hart wil het nog niet, omdat de tijd daartoe nog niet is aangebroken.

Het was reeds laat geworden, en de man verzocht mij de vrijheid, naar huis te mogen keeren. Ik gaf hem de hand en zeide: Belooft gij mij, eens over hetgeen wij gesprbken hebben, te zullen nadenken en er met uwe vrouw over te spreken ? - Ik zal het doen, mijnheer!

Daarop ging hij met een »goeden avond mijnheer" heen. Dit laatste sprak hij in het Maleisch, en dezen groet weet iedereen den voorbijganger toe te roepen.

Aldus eindigde ons-onderhoud. Toen hij vertrokken was, vertelde de meester mij, dat de man mij niet kon beloven christen te worden, alvorens hij met zi]ne vrouw daarover had gesproken. Mogelijk is dit zoo. Van ganscher harte hoop ik, dat ons onderhoud van eenige vrucht geweest zij, en dat het hart van den armen Ongkower vatbaar zij geworden.

Zal het goede zaad bij den weg, of in goede aarde gevallen zijn? Zal het ontkiemen? God, die den wasdom schenkt, geve dat het ontkieme en vrucht drage, tot verheerlijking van zijnen nooit volprezen vadernaam! Wij weten niet, wat de uitkomst zijn zal. Doch moed gehouden.

Op eene andere plaats had ik het genoegen een' Tonnaas (hoofd van den Heidenschen godsdienst) te doopen. Dit geeft mij huop, dat in het Tompassosche het Heidendom spoediger zal uitgediend hebben, dan in het Komoönsche, waar mijne strandgemeenten liggen.

Ten slotte een kort woord over Koemëlemboeai. Van de broeders S. Ulfers en J. Boddé hebben heeren Bestuurders zeker yeel over genoemde plaats gehoord, zoodat ik eene beschrijving daarvan onnoodig aclit. De menschen zijn goed, hulpvaardig en volgzaam. De gemeente komt trouw ter kerke. Evenwel zijn er onder hare leden, die zich zoo nu en dan des Zondags naar de tuinen begeven, in plaats van de godsdienstoefening bij te wonen. Anderen weder zie ik nooit in het bedehuis. Zoo wisselt dit af

Sluiten