Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

j.1. toen de openbare les werd gehouden. Aan belangstellenden bij die gelegenheid ontbrak het niet. Toch hadden de onderwijzeressen en de Commissie alhier zeker gaarne nog meerdere ouders en belangstellenden tegenwoordig gezien, om getuigen te zijn van het degelijk onderwijs hier gegeven en de goede vorderingen der leerlingen.

De school wordt thans bezocht door 27 leerlingen, waarvan 23 internes en 4 dagleerlingen. Onder de eersten zijn 15 volbloed inlandsche kinderen, onder de laatsten twee. Van de 10 meisjes, die tot de Europeesche leerlingen gerekend worden, zijn verscheidene van gemengd bloed, en moge onze school al niet geopend zijn met het oog op die kinderen, zoo durf ik toch wel de verzekering geven, dat voor menigeen de school en de huiselijke opvoeding een groote zegen is. Afgezien van den geldelijken steun, dien wij door deze leerlingen ontvangen, hebben wij reden tot dankbaarheid, dat door enkele Europeesche ouders of met dezen geljjk gestelden voor hunne kinderen van de school gebruik wordt gemaakt.

Het groote verschil tusschen de vroegere en tegenwoordige leerlingen is te zoeken in den leeftjjd. Toen in November 1881 de school onder wijlen Mej. Krook geopend werd, kregen wij veel leerlingen van 12 tot 14 jaar. Het was vooruit te zien, dat deze niet lang op de school zouden kunnen bljjven, en daarom de vruchten niet zoo overvloedig en blijvend konden wezen. De meesten dezer meisjes verlieten dan ook de inrichting na korter of langer tijd. Toch hebben wij oorzaak tot dankbaarheid, als wij enkele dier leerlingen gadeslaan, en weten dat verscheidene van dezen, nu reeds vrouw en moeder, met genoegen terugdenken aan de maanden of jaren hier doorgebracht, en goede vruchten plukken van wat zij hier ontvingen. Thans is de toestand der school anders. De hoogste klasse bestaat uit 4 leerlingen, die de oudsten deiinrichting zjjn, allen op geljjken twaalfjarigen leeftijd. De overige leerlingen zijn allen jonger, de meesten tusschen 6 en 9 jaar. Blijven die kinderen geregeld de school bezoeken, dan hebben wjj gegronde hoop, dat zjj eenmaal de school tot eere zullen verstrekken. Intusschen is de taak der onderwijzeressen daardoor veel zwaarder geworden. Mocht men vroeger wel eens kunnen steunen op de hulp en het toezicht der andere meisjes, dit is nu niet het geval, terwijl zooveel kleintjes dubbel hulp en leiding behoeven.

Langen tijd had de school uitstekende hulp in eene der oudleerlingen, Wilhelmina Warokka. Nadat de tegenwoordige Dames onderwijzeressen zich een weinig op de hoogte der zaken hadden gesteld, keerde zjj naar de ouderljjke woning terug, en huwde mot

Sluiten