Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nu werd de terugreis weer te voet aanvaard langs een anderen weg om een "hoofd" te bezoeken, die vroeger in een der stranddorpen had gewoond en met wien Br. Kruijt reeds vriendschappelijk bekend was. Hij vond dezen met zijne mannen in de '/lobo" beraadslagende over eene rechtzaak; een man had een geit van een ander gedood. Later vernam hij, dat na zeer breede beraadslagingen de dader tot het geven van een andere geit was veroordeeld. Maar voor het oogenblik lieten zij de zaak voor "t geen zij was en verwelkomde het hoofd Br. Kruijt met groote voorkomendheid en deed hem honderd vragen, terwijl inmiddels rijst met kip werd gereed gemaakt om hem en zijne mannen te onthalen.

Dien nacht brachten zij in de //lobo" door, maar nog nergens had Br. Kruijt zulk een kouden nacht doorgebracht als hier. Zijne mannen rilden onder hunne sarongs en konden van koude niet slapen, en allen verheugden zich toen zij den volgenden morgen weer op weg konden gaan.

Bij een volgende gelegenheid, toen hij dit hoofd nog eens een bezoek bracht, nam Br. Kruijt een anderen terugweg dicht langs de Posso-rivier en zag toen daar in de nabijheid een prachtige waterval van circa 10 meier diepte. En daarover heen heeft de inlander, met de kunstvaardigheid hem eigen, een hangende bamboebrug gebouwd, alleen op den oever aan weerskanten bevestigd en zóó stevig, dat men geen oogenblik een gevoel van gevaar krijgt, terwijl het holle werk toch een volkomen gezicht vrijlaat op het bruischende water en op het woeste, onherbergzame van dit oord, 't welk een diepen indruk maakt. Op meer dan ééne plaats heeft men zulke bruggen, maar sommigen, al zijn ze misschien veilig genoeg, slingeren toch zóó, dat de daaraan niet gewone reiziger licht duizelig kan worden.

Nu, van het meer komende, volgde Br. Kruijt een anderen weg, waarop 't oog bij het neerdalen van 't hooggebergte verrukt werd door eene van die prachtige vergezichten, zooals dat land ze vele oplevert; jammer dat de eigenlijke bewoners daarvan zoo weinig gevoelen, ook nu waren de Alifoeren die hein vergezelden verwonderd, dat hij juist daar een poos wilde rusten. In één van de kampongs, die zij nog ontmoetten, werden zij

Sluiten