Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daarom richte de zendeling zich inzonderheid tot diegenen, bij wie hij eenige sympathie met hoogere beginselen van rechtvaardigheid en liefde bespeurt. Vooral als dit hoofden zijn, want de invloed van deze mannen is groot, al is ieders werkelijke macht gering. Zijn liet nu uit den aard der zaak de hoofden met wie de Zendeling het meest in aanraking komt, hunne vriendschap en genegenheid te winnen zij zijn hoofdstreven. Daartoe brengt Br. Kruijt steeds één nacht, dikwijls twee nachten bij de hoofden door en spreekt met hen over zijnen en hunnen godsdienst Er zijn er dan ook onder hen, die zeer goed begrijpen met welk doel hij daar is en toch zich niet van hem afkeeren, maar belangstellende vragen doen. Zoo zat hij eens bij het hoofd Papaïwoente en legde deze hem eensklaps de vraag voor: //Mag men, als men christen wordt, niet meer straffen"? '/Zeer zeker 1 ', antwoordde Br. Kruijt: //God heeft de Kabosenja's aangesteld om voor de orde te waken en lieden, die zich aan kwaad schuldig hebben gemaakt, te straffen. Maar de christen straft met billijkheid en recht en zal een armen man niet met een karbouw beboeten voor het stelen van twee klappers, zooals ik onlangs van een hoofd hoorde".

Daarbij tast hij hunne bijgeloovigheden met kalmte doch ook met ernst aan, vooral wanneer die bijgeloovigheden tot gruweldaden voeren. Zoo had hij zich eens zelfs tot drift laten verleiden, doordat men eene vrouw wegens beschuldiging van hekserij had ter dood gebracht en de hoofden, die zich daaraan schuldig hadden gemaakt, harde woorden toegevoegd; doch zóó, dat zij, naar hij hoopte, zouden gevoelen, dat hij om hun bestwil en uit liefde zoo tot hen sprak en het een goeden invloed zou oefenen; doch deze hoofden had hij sedert nog niet weer ontmoet. Meestal echter bleven zijne woorden zonder vrucht en werd hem soms toegevoegd: «U hebt volkomen gelijk, mijnheer, maar zóó is nu eenmaal onze adat. Bid u voor ons tot God, u kunt dat; wij kunnen het niet."

Tntusschen meent hij toch te kunnen bespeuren, dat zijn invloed toeneemt, terwijl hij het als een teeken van vooruitgang beschouwt, dat men zich begint te verwonderen over het feit, dat hij de lieden steeds belangeloos helpt en daartoe menigmaal vrij verre afstanden aflegt. Een der hoofden, Garoeda, zeide

Sluiten