Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Beringin. Deze was zeer belangstellend. Hij zou stellig binnenkort zijn over gegaan, en met hetn niet weinigen van hen, die de goeroe om zich wist te verzamelen. Wij willen op God vertrouwen. Hij kent zijn' tijd. Wij moeten niet op menschen bouwen; doch ik betreur het zeer, dat deze man ons ontvallen is."

Wij vinden hier weer aanleiding tot het overnemen van een en ander uit de verslagen van de goeroes. Voor ditmaal ligge het dagverhaal van H. Pesik, te Tandjong Beringin aan de beurt. Wij brengen dit onder een afzonderlijk hoofd, omdat ons gebleken is, dat men hier te lande de berichten van een 1 der vorige goeroes beschouwd heeft als van Br. Wijngaarden, waardoor het daaruit overgenomene zijne beteekenis verloor. Het zijn de goeroes, die van hunne bevindingen en omgang met de inlanders getuigen; en waarlijk het verdient bijzondere opmerking, dat deze Minahassers zoo goed begrijpen wat de aanvang der Evangelieprediking moet zijn.

2. Uit de aanteekeningen van den Inlandschen onderwijzer H. Pesik, te Tandjong-Beringin.

Deze schreef onder dagteekening 20 April:

's Middags om 4 uur kwam ik aan. De penghoeloe was niet thuis. Ik wilde niet naar binnen gaan, en bleef daarom voor het huis van den penghoeloe staan. Weldra kwam een jong mensch naar mij toe, zeggende: '/ga maar naar binnen, de penghoeloe heeft mij opgedragen u zulks te zeggen." Ik ging dus naar binnen. Er was niets in het huis. Ik begon met olie voor de lamp te koopen. Daar ik dorst had en koud was, verzocht ik wat water voor mij te koken, om thee te maken. Verder wilde ik rijst koopen, doch dit wilde men niet; een broeder van den penghoeloe zorgde er voor.

's A vonds kwamen vele bewoners van de kampong bij mij, oin een praatje te maken. Dit verheugde mij. Men vroeg mij wat ik kwam doen? lk zeide, dat ik hun van allerlei wilde leeren. Tot middernacht zaten wij bij elkaar.

21 April, "s morgens kwamen 5 menschen om medicijnen vragen. Het was nog niet ver op den dag toen de penghoeloe kwam. Ik ging hem te gemoet en gaf hem de hand. Weldra waren wij in druk gesprek. Ik sprak den wensch uit, dat wij steeds goede vrienden zouden mogen zijn. De penghoeloe verzekerde, dat hij gaarne in alles zou helpen. Wij spraken af, den volgenden dag met leeren te zullen beginnen."

//Verscheidene keeren vroeg men, waarom ik hier kwam? Ik

Sluiten