Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gemeenten en scholen en mannen gewennen aan den handenarbeid, gevorderd voor het oprichten van schoolgebouwtjes en kerken, het aanmaken van school- en huismeubelen. Kortom het geheel droeg weldra, bepaaldelijk te Seba, de woonplaats van den Zendeling, de kenmerken van eene gemeente in welke de openbare en de huiselijke godsdienstoefeningen in eere waren en de huiselijke en maatschappelijke plichten en werkzaamheden meer en meer tot hun recht kwamen. Hieraan had sedert lang veel ontbroken. Br. Bieger had zijne vrouw in Nederland moeten achterlaten, en hem ontbrak dus ook de voor den Zendeling zoo noodige hulp van de huisvrouw. Zoo ergens, op Savoe kan deze niet gemist worden.

Wijngaarden had bij zijn eerste bezoek treurige toestanden gevonden; doch liet zich daardoor niet ontmoedigen. Hij schreef in 1889 : //Wat onze verwachtingen voor de toekomst zijn? Wij zullen niet moedeloos neerzitten. Wij twijfelen niet aan de overwinning van de zaak des Heeren. Met ijver de hand aan den ploeg geslagen, en het Christendom zal een kracht ter overwinning, ter vernieuwing des levens zijn. Maar - en dit zeg ik met volle overtuiging - er moet verandering in de bestaande toestanden komen, zullen de heidenen toetreden. Thans gaat er geen kracht van onzen godsdienst uit; hij vertoont zich niet in eene liefelijke gestalte, aantrekkelijk voor den heiden. Daarom laat ons beginnen met onze kracht aan het bestaande te wijden. Is dit eenmaal beter geworden, dan zal de heiden ook tot het Christendom komen. (1) De Zendeling moet de taal des lands spreken, ook zijn hulppersoneel moet zich daarvan bedienen en de goeroes (onderwijzer-voorgangers) moeten flinke mannen zijn, krachtig in alles wat tot hun werk behoort. Mijn werk zal in de eerste plaats er op gericht zijn, flinke onderwijzers eu voorgangers te vormen. Daartoe wil ik jonge lieden in huis nemen, oiti hun door onderwijs, en omgang bij te brengen wat een goeroe noodig heeft. Of mij mogelijk zal zijn in die goede richting te arbeiden? In de eerste plaats dien ik daartoe het vertrouwen der menschen

(1) Men lette wel op, dat Wijngaarden ten dezen bepaald het oog had op Savoe, zooals hij het voad.

Sluiten