Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In 1797 beleefde ons vaderland benauwde tijden. Niettemin hadden onze voorvaderen toen den geloofsmoed ons Genootschap te stichten. Zou Nederland zooveel geleden hebben, dat het in 1897 het vóór 100 jaar begonnen werk niet met kracht zou kunnen voortzetten?? Wij voor ons gelooven het niet, en blijven vertrouwen op de verhooring onzer gebeden.

3. Drie en twintigste Jaarverslag der Kwartgulden-Vereeniging.

De dames van het Bestuur der Kwartgulden-Vereeniging brengen ook dit jaar wederom haren hartelijken dank aan allen, die zoo vriendelijk waren om aan hare roepstem gehoor te geven, en tot de instandhouding der scholen in de Minahassa bijdragen te verzamelen. Met vernieuwde kracht voelen zij zich gedrongen die roepstem te herhalen aan den aanvang van het ingetreden jaar, nu zij den zoo zeer gewaardeerden steun moeten missen van haar, die gedurende 22 jaren voor deze Yereeniging werkzaam was. Aan de meesten onzer lezers is het zeker reeds bekend, dat Mejuffrouw A. P. Vaillant , eene van de Oprichtsters der Kwartgulden-Vereeniging, den 18 den December, na een' langdurige ziekte, uit haar werkzaam leven werd opgeroepen. Met weemoed en dankbaarheid gedenken wij den onverflauwden ijver, waarmede de reeds 75 jarige de belangen der Zending in het algemeen, en die onzer Yereeniging in het bijzonder behartigde, en hopen dat de herinnering aan haar welbesteed leven hij menigeen den lust moge aanwakkeren om haar voorbeeld te volgen, door de gaven en krachten, die God aan een ieder verleent, te wijden aan de uitbreiding van Zijn Koninkrijk en tot verheerlijking van Zijnen naam.

Eoemen over de vruchten van onzen arbeid mogen wij niet, en kunnen het ook dit jaar niet, daar ons ledental niet bijzonder toenam sedert verleden jaar. Tot ons leedwezen is het ons niet mogelijk een geheel juiste opgave te maken van de ontvangen gelden in 1896, wat Het Haagsche Comité aangaat, omdat wij nog niet in het bezit zijn gesteld geworden van de daartoe benoodigde gegevens der overledene. Wij vertrouwen echter dat de Afdeelingen, wier namen ontbreken, er genoegen in zullen nemen, dat wij de posten, waarvan het bedrag elk afzonderlijk ons onbekend is gebleven, bij elkaar hebben gevoegd tot ééne som, onder de vermelding van //Uit den Haag en elders".

Wij verzoeken aan de vriendelijke helpers en helpsters van het Haagsche Comité voortaan hunne gaven te willen toezenden aan

Sluiten