Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Vol illusies toog ik aan den arbeid, doch helaas, de teleurstellingen, die ieder zendeling ondervindt, bleven niet uit; met wat al flauwheid en onverschilligheid heeft men te strijden! Niet ieder werkt mede aan den opbouw der gemeente; tal van moeielijkheden en kwestj.es, waaraan men vroeger nooit gedacht heeft, doen zich voor.

Als zendeling-kweekeling, als men pas onder het volk verkeert, stelt men zich alles zoo schoon voor. De werkelijkheid verschilt veel van dit schoone, men ziet zich in veel bedrogen; doch dit is een spoorslag, om met alle kracht voort te arbeiden, opdat de gemeente waarlijk bloeie. Den Heer zij dank toegebracht, Die mij kracht en lust gaf, om met opgewektheid voort te gaan en het zaad des Evangelie's uit te strooien in de harten van Javanen; Hem moet ik loven en prijzen, die mijne zwakke pogingen tot uitbreiding van Zijn Koninkrijk zegende.

Zie ik terug op het afgeloopen jaar, dan gevoel ik maar al te zeer in hoeveel ik ben tekort gekomen, al heb ik naar kracht en vermogen gearbeid. Toen ik mij te Swaroe vestigde, kon ik nog moeielijk een gesprek met de menschen voeren. Wel sprak ik des Zondags in de kerk, doch moest alles opschrijven en voorlezen. Het verblijf te Swaroe heeft mij in het Javaansch een fermen stoot voorwaarts gegeven. Weken gingen er soms om, dat ik niets dan Javaansch hoorde en sprak, zoodat ik mij thans veel gemakkelijker kan uitdrukken en mijne toespraken niet meer behoef te schrijven. Toch is mijne kennis van de taal nog zeer gering, zoodat ik mij bij voortduring daarop met kracht moet toeleggen.

De terugblik op het verslagjaar moet ons tot dank en blijdschap stemmen. In het werk is, hoewel langzaam, vooruitgang te bespeuren. Mijn verblijf hier, de geregelde bezoeken aan Wöno-rëdjö en Pëniwen, die vroeger door Br. Kreemeb wegens zijne ongesteldheid niet zoo vaak bezocht kouden worden, deden aan deze gemeenten veel goed.

Gaarne zouden wij meer voortgang in het werk hebben gezien; wij hadden gewenscht, dat meer Mohammedanen tot het Christendom waren overgegaan, dat voor de duizenden en duizenden, die rondom ons wonen en die nog in de duisternis rondtasten, het licht des Evangelie's ware opgegaan, dat velen