Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Kjai Zacharias, de oud-voorganger, onderwijst de nieuwelingen. In eene dessa, gelegen tusschen Swaroe en Wönö-rëdjó, ontvangen vijf gezinnen ook van hem onderwijs.

Aan één paar moest ik echtscheiding geven. De vrouw, die de gemeente reeds eenige malen te schande had gemaakt, had overspel bedreven. Zij gevoelde geen berouw, wilde zich niet beteren, zoodat zij de dessa werd uitgezet. Anders gaf deze gemeente steeds stof tot dank en blijdschap.

De buitengemeenten Pëniwen en Wönó-rëdjö werden geregeld om de zes wekeu door mij bezocht. Ik vertoefde dan van des Zaterdags tot des Donderdags in de dessa, om behalve preeken, op school en catechisatie het onderwijs na te gaan en mij op de hoogte te stellen van de vorderingen der leerlingen, om door huisbezoek de menschen op te wekken en aan te sporen tot het goede. Deze gemeentebezoeken zijn niet ongezegend geweest.

Om de 6 & 8 weken vereenigen zich al de helpers afwisselend te Këndal-pajak en te Swaroe om van den zendeling eenige dagen onderwijs te ontvangen. Deze vergaderingen zijn hoogst nuttig, er blijft daardoor voeling bestaan tusschen al de helpers en den zendeling; de kennis, die anders zou verminderen, wordt vermeerderd, men bespreekt en overdenkt de belangen der gemeenten. Met vernieuwde krachten en opgewekt tot volhardenden arbeid keert een ieder naar zijne dessa terug, om daar naar vermogen en gaven te zaaien en te planten.

Zeer zou ik wenschen, dat de helpers meer deden aan evangelisatie in de nabij gelegen dessa's; zij zijn daarvoor beter geschikt dan wij zendelingen. Vaak sprak ik met Mohammedanen, zoowel landbouwers als dessahoofden, en zieken. De laatsten beloven zelfs als zij beter mogen worden den zendeling te zullen volgen, doch dit is al even spoedig vergeten als gezegd. Men zal naar ons luisteren, niet uit heilbegeerte maar uit ontzag, op alles zal men „noewoen" en „inggih" zeggen, (d.w.z. toestemmen) doch men kan er van verzekerd zijn, dat het gesprokene geen indruk maakt, men gevoelt geen behoefte aan het Brood des Levens, men overdenkt het verhaalde niet, het gaat het eene oor in, het andere uit. Door den Javaan moeten wij op de Javanen werken. Den bruinen broeder begrijpt men beter